BWBR0025560
Geldig vanaf 2009-03-27
Artikel 5
Tijdelijke regeling uitgifte kavels A7 en A8
1. De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.
2. De aanvrager voldoet voorts aan de volgende eisen:
1°. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement of liquidatie;
2°. de aanvrager is geen surseance van betaling verleend, noch is door de aanvrager surseance van betaling aangevraagd; en
3°. er is geen beslag gelegd op het vermogen dan wel op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager die een aanmerkelijk deel van het vermogen van de aanvrager vormen.
3. Met de eisen van het tweede lid, onder 1, 2 en 3, worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
2. De aanvrager voldoet voorts aan de volgende eisen:
1°. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement of liquidatie;
2°. de aanvrager is geen surseance van betaling verleend, noch is door de aanvrager surseance van betaling aangevraagd; en
3°. er is geen beslag gelegd op het vermogen dan wel op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager die een aanmerkelijk deel van het vermogen van de aanvrager vormen.
3. Met de eisen van het tweede lid, onder 1, 2 en 3, worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.