BWBR0025560
Geldig vanaf 2009-03-27
Artikel 2
Tijdelijke regeling uitgifte kavels A7 en A8
1. Een aanvraag voor een vergunning voor kavel A7 of A8 wordt vanaf de dag van inwerkingtreding van deze regeling ingediend en wordt uiterlijk op 24 april 2009 om 14.00 uur per post ontvangen op dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het volgende adres:
De Minister van Economische Zaken
p/a werkgroep kavels A7 en A8
Agentschap Telecom
Emmasingel 1
9726 AH Groningen
2. Een aanvraag voor een vergunning voor kavel A7 of A8 bevat de gegevens en bescheiden, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage Ien wordt overeenkomstig het model in die bijlageingedeeld.
3. Een aanvrager dient slechts één aanvraag in voor een of beide vergunningen. Met elkaar verbonden instellingenals bedoeld in artikel 6.24, tweede lid, van de Mediawet 2008dienen maar één aanvraag in.
4. De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.
5. Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het tweede lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
6. De gegevens en bescheiden, bedoeld in het vijfde lid, mogen in afwijking van het vierde lid, in een van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte worden gesteld. In dat geval worden die gegevens en bescheiden vergezeld van een Nederlandse vertaling van die gegevens en bescheiden.
De Minister van Economische Zaken
p/a werkgroep kavels A7 en A8
Agentschap Telecom
Emmasingel 1
9726 AH Groningen
2. Een aanvraag voor een vergunning voor kavel A7 of A8 bevat de gegevens en bescheiden, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage Ien wordt overeenkomstig het model in die bijlageingedeeld.
3. Een aanvrager dient slechts één aanvraag in voor een of beide vergunningen. Met elkaar verbonden instellingenals bedoeld in artikel 6.24, tweede lid, van de Mediawet 2008dienen maar één aanvraag in.
4. De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.
5. Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het tweede lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
6. De gegevens en bescheiden, bedoeld in het vijfde lid, mogen in afwijking van het vierde lid, in een van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte worden gesteld. In dat geval worden die gegevens en bescheiden vergezeld van een Nederlandse vertaling van die gegevens en bescheiden.