BWBR0025509
Geldig vanaf 01-03-2009
Artikel 6
Besluit erkenningsvoorwaarden kwaliteitssystemen monitoring kritische stoffen bij kalveren (PVV) 2009
1. Het kwaliteitssysteem beschikt over een handboek met betrekking tot de controle- en analysestrategie dat in ieder geval de navolgende onderdelen bevat:
a. de te hanteren controlestrategie, inclusief intensiteit en wijze van bemonstering;
b. de te hanteren analysestrategie inclusief het gebruik van gepoolde monsters, stof-matrix-combinaties enz.; en
c. de te hanteren minimale analytische prestaties (detectiegrenzen) voor de te analyseren stoffen, rekening houdend met de analyse strategie en de relevante MRL's.
2. De regelinghouder draagt ervoor zorg dat:
a. CI's die binnen het kwaliteitssysteem werkzaam zijn, voor het kwaliteitssysteem zijn geaccrediteerd volgens de norm NEN-EN 45011;
b. controle-activiteiten worden uitgevoerd onder het accreditaat voor de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020 of direct onder het accreditaat voor de norm NEN-EN 45011;
c. de monstername op de afwezigheid van niet-toegestane stoffen onaangekondigd plaatsvindt;
d. op de CI's in het kader van hun accreditaat toezicht wordt uitgeoefend door de Raad voor Accreditatie en de toetsresultaten van dit toezicht beschikbaar zijn voor de voorzitter en de door hem aangewezen instanties;
e. voor het onderzoek van monsters die binnen het kwaliteitssysteem zijn genomen, gebruik wordt gemaakt van een laboratorium dat door de voorzitter is erkend als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de verordening;
f. de analysemethodieken die door het laboratorium worden gehanteerd vallen onder het accreditaat;
g. uitsluitend monsters die overeenkomstig het kwaliteitssysteem zijn genomen, aangeleverd en bewaard, worden geanalyseerd;
h. dat van alle aan het laboratorium aangeleverde monsters contramonsters worden gemaakt door het ingeschakelde laboratorium, welke voor een periode van minimaal één jaar onder de daartoe geëigende condities worden bewaard.
a. de te hanteren controlestrategie, inclusief intensiteit en wijze van bemonstering;
b. de te hanteren analysestrategie inclusief het gebruik van gepoolde monsters, stof-matrix-combinaties enz.; en
c. de te hanteren minimale analytische prestaties (detectiegrenzen) voor de te analyseren stoffen, rekening houdend met de analyse strategie en de relevante MRL's.
2. De regelinghouder draagt ervoor zorg dat:
a. CI's die binnen het kwaliteitssysteem werkzaam zijn, voor het kwaliteitssysteem zijn geaccrediteerd volgens de norm NEN-EN 45011;
b. controle-activiteiten worden uitgevoerd onder het accreditaat voor de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020 of direct onder het accreditaat voor de norm NEN-EN 45011;
c. de monstername op de afwezigheid van niet-toegestane stoffen onaangekondigd plaatsvindt;
d. op de CI's in het kader van hun accreditaat toezicht wordt uitgeoefend door de Raad voor Accreditatie en de toetsresultaten van dit toezicht beschikbaar zijn voor de voorzitter en de door hem aangewezen instanties;
e. voor het onderzoek van monsters die binnen het kwaliteitssysteem zijn genomen, gebruik wordt gemaakt van een laboratorium dat door de voorzitter is erkend als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de verordening;
f. de analysemethodieken die door het laboratorium worden gehanteerd vallen onder het accreditaat;
g. uitsluitend monsters die overeenkomstig het kwaliteitssysteem zijn genomen, aangeleverd en bewaard, worden geanalyseerd;
h. dat van alle aan het laboratorium aangeleverde monsters contramonsters worden gemaakt door het ingeschakelde laboratorium, welke voor een periode van minimaal één jaar onder de daartoe geëigende condities worden bewaard.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0025509
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl