BWBR0025367
Geldig vanaf 2009-03-05
Artikel 4
Regeling aanvullende type-certificatie luchtwaardigheid
1. Voor het uitvoeren van testvluchten ter verkrijging van een aanvullend type-certificaat wordt door de aanvrager toestemming gevraagd.
2. De aanvrager van de toestemming als bedoeld in het eerste lid krijgt toestemming van de minister wanneer de aanvrager voldoet aan de eisen overeenkomstig Part 21A.33 en Part 21A.35 van verordening (EU) nr. 748/2012.
3. De toestemming voor het uitvoeren van testvluchten als bedoeld in het eerste lid wordt bij een ingrijpende wijziging van het type-ontwerp gegeven in de vorm van een speciaal-BvL.
4. De toestemming voor het uitvoeren van testvluchten als bedoeld in het eerste lid wordt bij een geringe wijziging van het type-ontwerp gegeven in de vorm van een ontheffing op grond van artikel 3.21 van de Wet luchtvaart.
2. De aanvrager van de toestemming als bedoeld in het eerste lid krijgt toestemming van de minister wanneer de aanvrager voldoet aan de eisen overeenkomstig Part 21A.33 en Part 21A.35 van verordening (EU) nr. 748/2012.
3. De toestemming voor het uitvoeren van testvluchten als bedoeld in het eerste lid wordt bij een ingrijpende wijziging van het type-ontwerp gegeven in de vorm van een speciaal-BvL.
4. De toestemming voor het uitvoeren van testvluchten als bedoeld in het eerste lid wordt bij een geringe wijziging van het type-ontwerp gegeven in de vorm van een ontheffing op grond van artikel 3.21 van de Wet luchtvaart.