BWBR0025367
Geldig vanaf 2009-03-05
Artikel 3
Regeling aanvullende type-certificatie luchtwaardigheid
1. De minister vermeldt overeenkomstig Part 21A.101, 21A.113 en 21A.114 van verordening (EU) nr. 748/2012, in de certificatiebasis de van toepassing zijnde eisen, waaraan een product waarvoor de aanvraag voor een aanvullend type-certificaat volgens artikel 2in behandeling is genomen, moet voldoen.
2. De aanvrager geeft aan te voldoen aan de gestelde eisen in de certificatiebasis en de daarvoor benodigde bewijsvoering te zullen leveren ten behoeve van het derde lid van artikel 2.
3. De aanvrager legt in de lijst van bewijsvoering vast, op welke wijze de bewijsvoering geleverd is, en met welke middelen deze onderbouwd is. Deze bewijsvoering wordt in de volgende categorieën ingedeeld:
[tabel]
4. De lijst van bewijsvoering legt voor ieder artikel van alle van toepassing zijnde eisen vast:
a. het middel van bewijsvoering,
b. de referentie naar het document waarin de resultaten of bevindingen van de bewijsvoering zijn vastgelegd, en
c. de referentie van de acceptatie van die vastlegging.
5. De lijst van bewijsvoering, de certificatiebasis, en de daarbij behorende documentatie wordt opgenomen in een certificatiedossier.
6. Indien de aanvraag een niet eerder toegepaste bewijsvoeringsmethode omvat, dient de aanvrager overeenstemming met de minister bereikt te hebben, alvorens deze methode toegepast mag worden. De acceptatie door de minister wordt vastgelegd in een wijze van interpretatie en opgenomen in de certificatiebasis.
7. De aanvrager kan een verzoek indienen om ontheffing van één of meer gestelde eisen in de certificatiebasis. De minister kan dit accepteren als daartoe gegronde redenen bestaan. Deze acceptatie wordt vastgelegd in een dispensatie van eis en opgenomen in de certificatiebasis.
8. De aanvrager kan een verzoek indienen om aan een gestelde eis op andere, maar equivalente wijze te voldoen. De minister kan dit accepteren als daartoe gegronde redenen bestaan. Deze acceptatie wordt vastgelegd in een equivalente eis en opgenomen in de certificatiebasis.
9. De aanvrager heeft voldaan aan het gestelde in het derde lid van artikel 2indien:
a. aan alle eisen in de certificatiebasis voldaan is,
b. de aanvrager heeft verklaard dat voldaan is aan de eisen gesteld in de certificatiebasis,
c. de lijst van bewijsvoering volledig is, en
d. de aanvrager heeft verklaard dat hem geen eigenschappen van zijn product bekend zijn, die de veiligheid in gevaar brengen.
2. De aanvrager geeft aan te voldoen aan de gestelde eisen in de certificatiebasis en de daarvoor benodigde bewijsvoering te zullen leveren ten behoeve van het derde lid van artikel 2.
3. De aanvrager legt in de lijst van bewijsvoering vast, op welke wijze de bewijsvoering geleverd is, en met welke middelen deze onderbouwd is. Deze bewijsvoering wordt in de volgende categorieën ingedeeld:
[tabel]
4. De lijst van bewijsvoering legt voor ieder artikel van alle van toepassing zijnde eisen vast:
a. het middel van bewijsvoering,
b. de referentie naar het document waarin de resultaten of bevindingen van de bewijsvoering zijn vastgelegd, en
c. de referentie van de acceptatie van die vastlegging.
5. De lijst van bewijsvoering, de certificatiebasis, en de daarbij behorende documentatie wordt opgenomen in een certificatiedossier.
6. Indien de aanvraag een niet eerder toegepaste bewijsvoeringsmethode omvat, dient de aanvrager overeenstemming met de minister bereikt te hebben, alvorens deze methode toegepast mag worden. De acceptatie door de minister wordt vastgelegd in een wijze van interpretatie en opgenomen in de certificatiebasis.
7. De aanvrager kan een verzoek indienen om ontheffing van één of meer gestelde eisen in de certificatiebasis. De minister kan dit accepteren als daartoe gegronde redenen bestaan. Deze acceptatie wordt vastgelegd in een dispensatie van eis en opgenomen in de certificatiebasis.
8. De aanvrager kan een verzoek indienen om aan een gestelde eis op andere, maar equivalente wijze te voldoen. De minister kan dit accepteren als daartoe gegronde redenen bestaan. Deze acceptatie wordt vastgelegd in een equivalente eis en opgenomen in de certificatiebasis.
9. De aanvrager heeft voldaan aan het gestelde in het derde lid van artikel 2indien:
a. aan alle eisen in de certificatiebasis voldaan is,
b. de aanvrager heeft verklaard dat voldaan is aan de eisen gesteld in de certificatiebasis,
c. de lijst van bewijsvoering volledig is, en
d. de aanvrager heeft verklaard dat hem geen eigenschappen van zijn product bekend zijn, die de veiligheid in gevaar brengen.