BWBR0025344
Geldig vanaf 18-01-2009
Artikel 11
Verordening invoer jonge mannelijke mestrunderen (PVV) 2008
De importeur die jonge mannelijke mestrunderen invoert in het kader van de in de uitvoeringsverordening omschreven regeling is verplicht om:
1. te allen tijde de daartoe door de voorzitter gemachtigde functionarissen van het productschap, of andere door de voorzitter gemachtigde personen, in de gelegenheid te stellen de naleving van de voorschriften te controleren en daarbij alle verlangde medewerking te verlenen,
2. een door het productschap toegestuurd controleformulier ondertekend en naar waarheid ingevuld terug te zenden aan het productschap, zodat het formulier uiterlijk een week voorafgaand aan de controledatum door het productschap is ontvangen,
3. zich te richten naar de aanwijzingen, welke het productschap kan geven met het oog op een juiste uitvoering van de regeling,
4. binnen de termijn gesteld in de uitvoeringsverordening en ten genoegen van het productschap aan te tonen dat de desbetreffende verplichtingen zijn nagekomen,
5. overigens alle inlichtingen aan het productschap te verstrekken, die het voor de toepassing van de uitvoeringsverordening nodig oordeelt,
6. de door het productschap in het kader van deze regeling gemaakte controlekosten aan het productschap te vergoeden, als ten gevolge van een aan de importeur te wijten omstandigheid een afdoende controle van de onderhavige invoerregeling niet mogelijk is.
1. te allen tijde de daartoe door de voorzitter gemachtigde functionarissen van het productschap, of andere door de voorzitter gemachtigde personen, in de gelegenheid te stellen de naleving van de voorschriften te controleren en daarbij alle verlangde medewerking te verlenen,
2. een door het productschap toegestuurd controleformulier ondertekend en naar waarheid ingevuld terug te zenden aan het productschap, zodat het formulier uiterlijk een week voorafgaand aan de controledatum door het productschap is ontvangen,
3. zich te richten naar de aanwijzingen, welke het productschap kan geven met het oog op een juiste uitvoering van de regeling,
4. binnen de termijn gesteld in de uitvoeringsverordening en ten genoegen van het productschap aan te tonen dat de desbetreffende verplichtingen zijn nagekomen,
5. overigens alle inlichtingen aan het productschap te verstrekken, die het voor de toepassing van de uitvoeringsverordening nodig oordeelt,
6. de door het productschap in het kader van deze regeling gemaakte controlekosten aan het productschap te vergoeden, als ten gevolge van een aan de importeur te wijten omstandigheid een afdoende controle van de onderhavige invoerregeling niet mogelijk is.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0025344
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl