BWBR0025344
Geldig vanaf 18-01-2009
Artikel 10
Verordening invoer jonge mannelijke mestrunderen (PVV) 2008
Ten bewijze dat aan de in de uitvoeringsverordening opgenomen voorwaarden is voldaan dient de importeur ervoor zorg te dragen dat:
1. in de week volgend op het verstrijken van de termijn van 120 dagen, de runderen voor controle ter beschikking worden gehouden op een aan het productschap te melden plaats in Nederland, of
2. bij slachting in de week volgend op de termijn van 120 dagen, een slachtverklaring wordt overgelegd. Een dergelijke verklaring moet door een erkend slachthuis worden opgesteld onder vermelding van het erkenningsnummer, overeenkomstig een door het bestuur bij besluit vastgesteld model, of
3. bij een om gezondheidsredenen geslacht dier dat binnen de termijn van 120 dagen en een week is geslacht, een slachtverklaring zoals bedoeld in het tweede lid, en een door een dierenarts opgestelde verklaring waaruit de noodzaak tot vroegtijdig slachten wegens veterinaire redenen blijkt, wordt overgelegd, of
4. bij een dier dat binnen de termijn van 120 dagen en een week is gestorven wegens ziekte of een ongeval, een verklaring door een dierenarts of een andere veterinaire deskundige wordt overgelegd aan het productschap, of
5. wanneer de runderen binnen een week na de 120 dagen termijn worden geëxporteerd, het bewijs van uitvoer van de betrokken runderen wordt overlegd.
1. in de week volgend op het verstrijken van de termijn van 120 dagen, de runderen voor controle ter beschikking worden gehouden op een aan het productschap te melden plaats in Nederland, of
2. bij slachting in de week volgend op de termijn van 120 dagen, een slachtverklaring wordt overgelegd. Een dergelijke verklaring moet door een erkend slachthuis worden opgesteld onder vermelding van het erkenningsnummer, overeenkomstig een door het bestuur bij besluit vastgesteld model, of
3. bij een om gezondheidsredenen geslacht dier dat binnen de termijn van 120 dagen en een week is geslacht, een slachtverklaring zoals bedoeld in het tweede lid, en een door een dierenarts opgestelde verklaring waaruit de noodzaak tot vroegtijdig slachten wegens veterinaire redenen blijkt, wordt overgelegd, of
4. bij een dier dat binnen de termijn van 120 dagen en een week is gestorven wegens ziekte of een ongeval, een verklaring door een dierenarts of een andere veterinaire deskundige wordt overgelegd aan het productschap, of
5. wanneer de runderen binnen een week na de 120 dagen termijn worden geëxporteerd, het bewijs van uitvoer van de betrokken runderen wordt overlegd.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0025344
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl