BWBR0025322
Geldig vanaf 2009-02-27
Artikel 6
Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling ondernemers 2009–2010
1. De Minister geeft gedurende de looptijd van de regeling voor niet meer dan € 12.000.000,– aan borgstellingsovereenkomsten af. Van dit bedrag is niet meer dan € 6.000.000,– beschikbaar ten behoeve van ondernemers, die geheel of gedeeltelijk recht hebben op een uitkering op het moment van de aanvraag en niet meer dan € 6.000.000,– beschikbaar ten behoeve van overige ondernemers.
2. De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op grond van het eerste lid in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van een aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad een aanvraag aan te vullen, de dag waarop een aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.
2. De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op grond van het eerste lid in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van een aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad een aanvraag aan te vullen, de dag waarop een aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.