BWBR0025249
Geldig vanaf 2009-02-01
Artikel 5
Beleidsregel bekostiging als nevenvestiging of als tijdelijke nevenvestiging van dislocaties VO
1. De aanvragen, bedoeld in de artikelen 2, 3en 4, vermelden het volledige aanbod van afsluitend onderwijs op de dislocatie in het schooljaar waarin de bekostiging als nevenvestiging of als tijdelijke nevenvestiging wordt verzocht.
2. Indien de goedkeuringsbeschikking van de minister voor de desbetreffende dislocatie aanwezig is, kan bij bekostiging als nevenvestiging of als tijdelijke nevenvestiging van een dislocatie het afsluitend onderwijs worden verzorgd
a. overeenkomstig het afsluitend onderwijs in de beschikking van de minister voor de desbetreffende dislocatie,
b. doch ten hoogste overeenkomstig de vermelding omtrent het afsluitend onderwijs in het eerste lid.
3. Indien de goedkeuringsbeschikking van de minister voor de desbetreffende dislocatie niet aanwezig is, kan bij bekostiging als nevenvestiging of als tijdelijke nevenvestiging van een dislocatie het afsluitend onderwijs worden verzorgd
a. overeenkomstig het afsluitend onderwijs dat is toegestaan op de hoofdvestiging of de nevenvestiging met spreidingsnoodzaak waaraan de dislocatie verbonden is,
b. doch ten hoogste overeenkomstig de vermelding omtrent het afsluitend onderwijs in het eerste lid.
2. Indien de goedkeuringsbeschikking van de minister voor de desbetreffende dislocatie aanwezig is, kan bij bekostiging als nevenvestiging of als tijdelijke nevenvestiging van een dislocatie het afsluitend onderwijs worden verzorgd
a. overeenkomstig het afsluitend onderwijs in de beschikking van de minister voor de desbetreffende dislocatie,
b. doch ten hoogste overeenkomstig de vermelding omtrent het afsluitend onderwijs in het eerste lid.
3. Indien de goedkeuringsbeschikking van de minister voor de desbetreffende dislocatie niet aanwezig is, kan bij bekostiging als nevenvestiging of als tijdelijke nevenvestiging van een dislocatie het afsluitend onderwijs worden verzorgd
a. overeenkomstig het afsluitend onderwijs dat is toegestaan op de hoofdvestiging of de nevenvestiging met spreidingsnoodzaak waaraan de dislocatie verbonden is,
b. doch ten hoogste overeenkomstig de vermelding omtrent het afsluitend onderwijs in het eerste lid.