BWBR0025249
Geldig vanaf 2009-02-01
Artikel 3
Beleidsregel bekostiging als nevenvestiging of als tijdelijke nevenvestiging van dislocaties VO
1. Het bevoegd gezag van de school of scholengemeenschap dat de bekostiging als nevenvestiging wenst van een dislocatie
a. zonder instroom in het eerste leerjaar,
b. gelegen op een afstand van 3 kilometer of meer van de hoofdvestiging en
c. verbonden aan de hoofdvestiging of een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak, dient daartoe een aanvraag in.
2. Op de voorbereiding van het besluit van de minister de nevenvestiging bedoeld in het eerste lid voor bekostiging in aanmerking te brengen, is afdeling 3.4, met uitzondering van artikel 3:18, van de Algemene wet bestuursrechtvan toepassing.
3. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt afgewezen als de bekostiging als nevenvestiging leidt tot meer dan tien procent leerlingverlies bij een vestiging van een omliggende school of scholengemeenschap, tenzij het bevoegd gezag van de omliggende school of scholengemeenschap heeft verklaard, daarmee in te stemmen. Het bevoegd gezag van de omliggende school of scholengemeenschap toont de gevolgen voor het leerlingenaantal van zijn school of scholengemeenschap aan overeenkomstig de methodiek zoals opgenomen in de bijlage.
4. Artikel 2, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
a. zonder instroom in het eerste leerjaar,
b. gelegen op een afstand van 3 kilometer of meer van de hoofdvestiging en
c. verbonden aan de hoofdvestiging of een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak, dient daartoe een aanvraag in.
2. Op de voorbereiding van het besluit van de minister de nevenvestiging bedoeld in het eerste lid voor bekostiging in aanmerking te brengen, is afdeling 3.4, met uitzondering van artikel 3:18, van de Algemene wet bestuursrechtvan toepassing.
3. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt afgewezen als de bekostiging als nevenvestiging leidt tot meer dan tien procent leerlingverlies bij een vestiging van een omliggende school of scholengemeenschap, tenzij het bevoegd gezag van de omliggende school of scholengemeenschap heeft verklaard, daarmee in te stemmen. Het bevoegd gezag van de omliggende school of scholengemeenschap toont de gevolgen voor het leerlingenaantal van zijn school of scholengemeenschap aan overeenkomstig de methodiek zoals opgenomen in de bijlage.
4. Artikel 2, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.