BWBR0025192
Geldig vanaf 2009-01-21
Artikel 3
Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering 2008
1. Als borgstellingsovereenkomst wordt aangemerkt een overeenkomst conform de bij deze regeling horende bijlagen 1en 2.
2. De borgstellingsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, treedt in werking met ingang van de dag dat de minister deze van de kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank heeft ontvangen, tegelijk met een afschrift van de kredietovereenkomst waarop de borgstelling betrekking heeft.
3. In afwijking van het tweede lid treedt een borgstellingsovereenkomst met de gemeentelijke kredietbank in werking vanaf het moment dat de minister een afwijzing voor een geldlening van een kredietinstelling heeft ontvangen van de startende ondernemer, indien de ontvangstdatum daarvan gelegen is na de dag, bedoeld in het tweede lid.
2. De borgstellingsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, treedt in werking met ingang van de dag dat de minister deze van de kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank heeft ontvangen, tegelijk met een afschrift van de kredietovereenkomst waarop de borgstelling betrekking heeft.
3. In afwijking van het tweede lid treedt een borgstellingsovereenkomst met de gemeentelijke kredietbank in werking vanaf het moment dat de minister een afwijzing voor een geldlening van een kredietinstelling heeft ontvangen van de startende ondernemer, indien de ontvangstdatum daarvan gelegen is na de dag, bedoeld in het tweede lid.