BWBR0025192
Geldig vanaf 2009-01-21
Artikel 1
Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering 2008
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. uitvoeringsinstelling: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo, Leeuwarden, Lelystad, Rotterdam of Tilburg;
c. een kredietinstelling: een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
d. gemeentelijke kredietbank: een gemeentelijke kredietbank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
e. startende ondernemer: iedere persoon van 18 tot 65 jaar die in Nederland woont en die: 1°. voornemens is een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen; en
2°. een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt, danwel een uitkering uit hoofde van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid ontvangt, danwel korter dan twee jaar geleden een uitkering op grond van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid heeft ontvangen en sindsdien actief is als ondernemer, danwel een dienstbetrekking heeft die dreigt te eindigen;
1°. voornemens is een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen; en
2°. een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt, danwel een uitkering uit hoofde van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid ontvangt, danwel korter dan twee jaar geleden een uitkering op grond van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid heeft ontvangen en sindsdien actief is als ondernemer, danwel een dienstbetrekking heeft die dreigt te eindigen;
f. levensvatbaar bedrijf of zelfstandig beroep: het bedrijf of zelfstandig beroep waaruit de startende ondernemer een inkomen verwerft dat toereikend is voor de voortzetting van het bedrijf of zelfstandig beroep en voor de voorziening in het bestaan;
g. borgstellingsovereenkomst: overeenkomst tussen de minister en de kredietinstelling of de gemeentelijke kredietbank in het kader van deze regeling.
a. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. uitvoeringsinstelling: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo, Leeuwarden, Lelystad, Rotterdam of Tilburg;
c. een kredietinstelling: een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
d. gemeentelijke kredietbank: een gemeentelijke kredietbank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
e. startende ondernemer: iedere persoon van 18 tot 65 jaar die in Nederland woont en die: 1°. voornemens is een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen; en
2°. een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt, danwel een uitkering uit hoofde van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid ontvangt, danwel korter dan twee jaar geleden een uitkering op grond van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid heeft ontvangen en sindsdien actief is als ondernemer, danwel een dienstbetrekking heeft die dreigt te eindigen;
1°. voornemens is een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen; en
2°. een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt, danwel een uitkering uit hoofde van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid ontvangt, danwel korter dan twee jaar geleden een uitkering op grond van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid heeft ontvangen en sindsdien actief is als ondernemer, danwel een dienstbetrekking heeft die dreigt te eindigen;
f. levensvatbaar bedrijf of zelfstandig beroep: het bedrijf of zelfstandig beroep waaruit de startende ondernemer een inkomen verwerft dat toereikend is voor de voortzetting van het bedrijf of zelfstandig beroep en voor de voorziening in het bestaan;
g. borgstellingsovereenkomst: overeenkomst tussen de minister en de kredietinstelling of de gemeentelijke kredietbank in het kader van deze regeling.