BWBR0025190
Geldig vanaf 18-01-2009
Artikel 9
Regeling cliëntenparticipatie UWV 2009
1. Een lid van een cliëntenraad wordt tussentijds door de Raad van bestuur vervangen:
a. wegens overlijden;
b. op eigen verzoek;
c. op verzoek van de meerderheid van de leden van de betreffende cliëntenraad op grond van het oordeel dat de goede gang van zaken bij de werkzaamheden van de cliëntenraad door toedoen van het lid wordt belemmerd;
d. wegens een al dan niet door overmacht veroorzaakt verzuim van de helft of meer van de vergaderingen van de cliëntenraad op jaarbasis;
e. op een met reden omkleed verzoek van de organisatie die het lid voor benoeming had voorgedragen;
f. indien het lid de status van cliënt verliest.
2. Benoeming wegens een tussentijdse vervanging vindt met inachtneming van de bepalingen van artikel 8 plaats.
3. Vervanging vanwege de in onderdeel c of d van het eerste lid genoemde redenen vindt niet eerder plaats dan na overleg met de belangenorganisatie die het lid heeft voorgedragen en dan na hoor en wederhoor door of namens de Raad van bestuur.
4. Bij voorzien langdurig verzuim van een cliëntenraadslid kan de belangenorganisatie die het lid heeft voorgedragen, na overleg met UWV voor de duur van het verzuim een vervangend lid afvaardigen. De bepalingen in deze regeling met betrekking tot de facilitering en vergoedingen van de (leden van een) cliëntenraad zijn eveneens van toepassing op vervangende leden.
a. wegens overlijden;
b. op eigen verzoek;
c. op verzoek van de meerderheid van de leden van de betreffende cliëntenraad op grond van het oordeel dat de goede gang van zaken bij de werkzaamheden van de cliëntenraad door toedoen van het lid wordt belemmerd;
d. wegens een al dan niet door overmacht veroorzaakt verzuim van de helft of meer van de vergaderingen van de cliëntenraad op jaarbasis;
e. op een met reden omkleed verzoek van de organisatie die het lid voor benoeming had voorgedragen;
f. indien het lid de status van cliënt verliest.
2. Benoeming wegens een tussentijdse vervanging vindt met inachtneming van de bepalingen van artikel 8 plaats.
3. Vervanging vanwege de in onderdeel c of d van het eerste lid genoemde redenen vindt niet eerder plaats dan na overleg met de belangenorganisatie die het lid heeft voorgedragen en dan na hoor en wederhoor door of namens de Raad van bestuur.
4. Bij voorzien langdurig verzuim van een cliëntenraadslid kan de belangenorganisatie die het lid heeft voorgedragen, na overleg met UWV voor de duur van het verzuim een vervangend lid afvaardigen. De bepalingen in deze regeling met betrekking tot de facilitering en vergoedingen van de (leden van een) cliëntenraad zijn eveneens van toepassing op vervangende leden.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0025190
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl