BWBR0025190
Geldig vanaf 18-01-2009
Artikel 16
Regeling cliëntenparticipatie UWV 2009
1. Het Besluit regeling cliëntenparticipatie UWV van 15 november 2002 wordt ingetrokken.
2. De op grond van de in het vorige lid bedoelde regeling ingestelde cliëntenraden worden opgeheven en vervangen door cliëntenraden waarvan de leden worden benoemd overeenkomstig artikel 8, met dien verstande dat:
a. de leden van de centrale cliëntenraad per 1 januari 2009 door de gezamenlijke belangenorganisaties in onderling overleg zoveel mogelijk worden geworven en geselecteerd uit de voormalige leden van de Centrale Cliëntenraad UWV, de Centrale Cliëntenraad CWI, de Landelijke Cliëntenraad AG en de Landelijke Cliëntenraad WW;
b. de leden van de cliëntenraden op districtsniveau per 1 januari 2009 door de gezamenlijke belangenorganisaties in onderling overleg zoveel mogelijk worden geworven en geselecteerd uit de voormalige leden van de regionale cliëntenraden AG en WW en de regionale cliëntenraden CWI;
c. voormalige raadsleden die op 31 december 2008 geen cliënt meer zijn, niet voor benoeming per 1 januari 2009 in aanmerking komen;
d. voormalige raadsleden van wie op 31 december 2008 duidelijk is dat zij binnen een half jaar na 1 januari 2009 hun status van cliënt zullen verliezen, niet voor benoeming per 1 januari 2009 in aanmerking komen;
e. de zittingstermijn van voormalige raadsleden die per 1 januari 2009 worden benoemd 3 jaar na hun oorspronkelijke (her)benoeming in de ‘oude’ cliëntenraad eindigt. Herbenoeming na die termijn is slechts mogelijk als van het betreffende raadslid op 1 januari 2009 zijn eerste zittingstermijn nog niet was verstreken;
f. voormalige cliëntenraadsleden die op 31 december 2008 zes jaar of langer cliëntenraadslid zijn geweest, dan wel die status binnen een half jaar na 1 januari 2009 bereiken, niet voor benoeming per 1 januari 2009 in aanmerking komen.
3. UWV maakt het bestaan van een structuur van cliëntenparticipatie bekend bij de cliënten van UWV en de belangenorganisaties. Daarnaast zorgt UWV voor bekendmaking van de regeling.
4. Elke cliëntenraad evalueert jaarlijks tezamen met UWV het functioneren van de raad, alsmede de wijze waarop door de raad aan cliëntenparticipatie in het algemeen invulling wordt gegeven. Indien er op basis van deze evaluatieronde reden is de regeling aan te passen dan wordt hiertoe door UWV besloten na overleg met de centrale cliëntenraad.
5. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist UWV in goed overleg met de centrale cliëntenraad.
2. De op grond van de in het vorige lid bedoelde regeling ingestelde cliëntenraden worden opgeheven en vervangen door cliëntenraden waarvan de leden worden benoemd overeenkomstig artikel 8, met dien verstande dat:
a. de leden van de centrale cliëntenraad per 1 januari 2009 door de gezamenlijke belangenorganisaties in onderling overleg zoveel mogelijk worden geworven en geselecteerd uit de voormalige leden van de Centrale Cliëntenraad UWV, de Centrale Cliëntenraad CWI, de Landelijke Cliëntenraad AG en de Landelijke Cliëntenraad WW;
b. de leden van de cliëntenraden op districtsniveau per 1 januari 2009 door de gezamenlijke belangenorganisaties in onderling overleg zoveel mogelijk worden geworven en geselecteerd uit de voormalige leden van de regionale cliëntenraden AG en WW en de regionale cliëntenraden CWI;
c. voormalige raadsleden die op 31 december 2008 geen cliënt meer zijn, niet voor benoeming per 1 januari 2009 in aanmerking komen;
d. voormalige raadsleden van wie op 31 december 2008 duidelijk is dat zij binnen een half jaar na 1 januari 2009 hun status van cliënt zullen verliezen, niet voor benoeming per 1 januari 2009 in aanmerking komen;
e. de zittingstermijn van voormalige raadsleden die per 1 januari 2009 worden benoemd 3 jaar na hun oorspronkelijke (her)benoeming in de ‘oude’ cliëntenraad eindigt. Herbenoeming na die termijn is slechts mogelijk als van het betreffende raadslid op 1 januari 2009 zijn eerste zittingstermijn nog niet was verstreken;
f. voormalige cliëntenraadsleden die op 31 december 2008 zes jaar of langer cliëntenraadslid zijn geweest, dan wel die status binnen een half jaar na 1 januari 2009 bereiken, niet voor benoeming per 1 januari 2009 in aanmerking komen.
3. UWV maakt het bestaan van een structuur van cliëntenparticipatie bekend bij de cliënten van UWV en de belangenorganisaties. Daarnaast zorgt UWV voor bekendmaking van de regeling.
4. Elke cliëntenraad evalueert jaarlijks tezamen met UWV het functioneren van de raad, alsmede de wijze waarop door de raad aan cliëntenparticipatie in het algemeen invulling wordt gegeven. Indien er op basis van deze evaluatieronde reden is de regeling aan te passen dan wordt hiertoe door UWV besloten na overleg met de centrale cliëntenraad.
5. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist UWV in goed overleg met de centrale cliëntenraad.
- Citeren als
- Art. 16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0025190
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl