BWBR0025155
Geldig vanaf 2009-02-28
Artikel IX
Wijzigingswet Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, enz. (flexibilisering, verduidelijking en aanvullingen regeling rechtspositie rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding)
Na de inwerkingtreding van deze wet:
a. berust het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren op de artikelen 5, tweede en derde lid, 5d tot en met 5f, 5g, derde lid, 7, derde lid, 9, tweede lid, 19a, 19b, 45, derde lid, 50, vierde lid, 51, derde lid, en 54 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
b. berusten het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren en het Kostuum- en titulatuurbesluit rechterlijke organisatie op artikel 54 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
c. berust het Besluit opleiding rechterlijke ambtenaren op de artikelen 145, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie en de artikelen 5, tweede en derde lid, 5d, tweede lid, 5g, vijfde lid, en 54 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
d. berust het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak op de artikelen 16, eerste en zesde lid, 25, tweede lid, en 86, eerste, zesde, zevende en achtste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, 3 van de Beroepswet en 4 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie; en
e. berust het Besluit uitoefening rechtspositionele bevoegdheden gerechtsambtenaren en ambtenaren bureau Raad voor de rechtspraak op de artikelen 25, tweede lid, en 89, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
a. berust het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren op de artikelen 5, tweede en derde lid, 5d tot en met 5f, 5g, derde lid, 7, derde lid, 9, tweede lid, 19a, 19b, 45, derde lid, 50, vierde lid, 51, derde lid, en 54 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
b. berusten het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren en het Kostuum- en titulatuurbesluit rechterlijke organisatie op artikel 54 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
c. berust het Besluit opleiding rechterlijke ambtenaren op de artikelen 145, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie en de artikelen 5, tweede en derde lid, 5d, tweede lid, 5g, vijfde lid, en 54 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
d. berust het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak op de artikelen 16, eerste en zesde lid, 25, tweede lid, en 86, eerste, zesde, zevende en achtste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, 3 van de Beroepswet en 4 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie; en
e. berust het Besluit uitoefening rechtspositionele bevoegdheden gerechtsambtenaren en ambtenaren bureau Raad voor de rechtspraak op de artikelen 25, tweede lid, en 89, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie.