1. De benoemingsbesluiten van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet het ambt vervullen van coördinerend vice-president van, vice-president van, raadsheer in, raadsheer-plaatsvervanger in of gerechtsauditeur bij een gerechtshof onderscheidenlijk coördinerend vice-president van, vice-president van, rechter in, rechter-plaatsvervanger in of gerechtsauditeur bij een rechtbank, worden mede aangemerkt als besluiten tot vaststelling bij welk gerechtshof onderscheidenlijk welke rechtbank zij hun ambt vervullen, bedoeld in
artikel 5b, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
2. De benoemingsbesluiten van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet bij een tot het openbaar ministerie behorend parket het ambt vervullen van hoofdadvocaat-generaal, plaatsvervangend hoofdadvocaat-generaal, advocaat-generaal, plaatsvervangend advocaat-generaal, hoofdofficier, fungerend hoofdofficier, plaatsvervangend hoofdofficier, officier eerste klasse, officier, substituut-officier, plaatsvervangend officier van justitie, officier enkelvoudige zittingen of plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen, worden mede aangemerkt als besluiten tot vaststelling bij welk parket zij hun ambt vervullen, bedoeld in
artikel 5b, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.