1. Als een chronische groep die recht geeft op een lage tegemoetkoming als bedoeld in
artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, wordt aangemerkt een in bijlage 2opgenomen chronische groep waarbij de verzekerde:
a. in het berekeningsjaar een ATC anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als zwaar wordt aangemerkt;
b. in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een ATC als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als zwaar wordt aangemerkt;
c. in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een DBC vergoed kreeg die op grond van artikel 3a als zwaar wordt aangemerkt;
d. in het berekeningsjaar een ATC anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel als zwaar wordt aangemerkt of in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een ATC als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als zwaar wordt aangemerkt en in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een DBC vergoed kreeg die op grond van artikel 3a als licht wordt aangemerkt; of
e. in het berekeningsjaar een ATC anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als licht wordt aangemerkt of in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een ATC als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als licht wordt aangemerkt, en in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een DBC vergoed kreeg die op grond van artikel 3a als zwaar wordt aangemerkt.
2. Als een chronische groep die geen recht geeft op een tegemoetkoming als bedoeld in
artikel 2, eerste lid, onderdeel b of c, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicaptenwordt aangemerkt een in bijlage 2opgenomen chronische groep waarbij de verzekerde:
a. in het berekeningsjaar een ATC anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als licht wordt aangemerkt;
b. in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een ATC als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als licht wordt aangemerkt;
c. in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een DBC vergoed kreeg die op grond van artikel 3a als licht wordt aangemerkt;
d. in het berekeningsjaar een ATC anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als licht wordt aangemerkt of in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een ATC als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als licht wordt aangemerkt, en in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een DBC vergoed kreeg die op grond van artikel 3a als licht wordt aangemerkt.
3. Als chronische groep die recht geeft op een hoge tegemoetkoming als bedoeld in
artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicaptenwordt aangemerkt een in bijlage 2opgenomen chronische groep waarbij de verzekerde in het berekeningsjaar een ATC anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3als zwaar wordt aangemerkt of in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een ATC als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als zwaar wordt aangemerkt, en in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een DBC vergoed kreeg die op grond van artikel 3aals zwaar wordt aangemerkt.
4. Binnen een chronische groep wordt slechts de als zwaarste aangemerkte DBC en de als zwaarste aangemerkte ATC die voor de betrokken verzekerde werd vergoed, betrokken bij de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming bij die chronische groep als bedoeld in het eerste tot en met derde lid.