BWBR0025007
Geldig vanaf 2009-01-01
Artikel 3
Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
1. Zorgverzekeraars en de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, verstrekken van rechthebbenden die vallen onder de categorieën, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c en e tot en met g, aan het CAK:
a. het burgerservicenummer,
b. het rekeningnummer,
c. de geboortedatum,
d. indien de rechthebbende is overleden, de datum van het overlijden,
e. de naam en het adres van de rechthebbende, en
f. indien dat het geval is: dat een rechthebbende op grond van artikel 2, tweede lid, onderdelen a en d, recht heeft op de daar bedoelde tegemoetkoming.
2. Zorgverzekeraars verstrekken aan het CAK een overzicht van verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswetdie verzekerd waren op 31 december van het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft.
3. Indicatieorganen als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekostenen de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, verstrekken aan het CAK van personen die vallen onder artikel 2, eerste lid, onderdelen h of j, of artikel 2, tweede lid, onderdeel b:
a. het burgerservicenummer,
b. de naam en het adres van de rechthebbende,
c. de geboortedatum, en
d. indien dat het geval is: de mededeling dat de persoon valt in de categorieën, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, of het tweede lid.
4. Gemeenten verstrekken aan het CAK van personen die vallen onder artikel 2, eerste lid, onderdeel d:
a. het burgerservicenummer,
b. naam en adres van de rechthebbende, en
c. de geboortedatum.
5. Gemeenten verstrekken aan het CAK van personen die in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdeel i, of artikel 2, tweede lid, onderdeel c, een persoonsgebondenbudget voor huishoudelijke verzorging ontvangen:
a. het burgerservicenummer,
b. de naam en het adres van de rechthebbende,
c. de geboortedatum,
d. de datum waarop en de duur waarvoor de indicatie is gegeven, en
e. het gemiddelde aantal etmalen, dagdelen en uren waarvoor de indicatie is gegeven.
6. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank, bedoeld in artikel 1, onderdelen c en d, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, verstrekken aan het CAK de rekeningnummers van rechthebbenden die vallen onder artikel 2, eerste lid, onderdeel j, met uitzondering van die van militairen.
a. het burgerservicenummer,
b. het rekeningnummer,
c. de geboortedatum,
d. indien de rechthebbende is overleden, de datum van het overlijden,
e. de naam en het adres van de rechthebbende, en
f. indien dat het geval is: dat een rechthebbende op grond van artikel 2, tweede lid, onderdelen a en d, recht heeft op de daar bedoelde tegemoetkoming.
2. Zorgverzekeraars verstrekken aan het CAK een overzicht van verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswetdie verzekerd waren op 31 december van het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft.
3. Indicatieorganen als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekostenen de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, verstrekken aan het CAK van personen die vallen onder artikel 2, eerste lid, onderdelen h of j, of artikel 2, tweede lid, onderdeel b:
a. het burgerservicenummer,
b. de naam en het adres van de rechthebbende,
c. de geboortedatum, en
d. indien dat het geval is: de mededeling dat de persoon valt in de categorieën, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, of het tweede lid.
4. Gemeenten verstrekken aan het CAK van personen die vallen onder artikel 2, eerste lid, onderdeel d:
a. het burgerservicenummer,
b. naam en adres van de rechthebbende, en
c. de geboortedatum.
5. Gemeenten verstrekken aan het CAK van personen die in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdeel i, of artikel 2, tweede lid, onderdeel c, een persoonsgebondenbudget voor huishoudelijke verzorging ontvangen:
a. het burgerservicenummer,
b. de naam en het adres van de rechthebbende,
c. de geboortedatum,
d. de datum waarop en de duur waarvoor de indicatie is gegeven, en
e. het gemiddelde aantal etmalen, dagdelen en uren waarvoor de indicatie is gegeven.
6. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank, bedoeld in artikel 1, onderdelen c en d, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, verstrekken aan het CAK de rekeningnummers van rechthebbenden die vallen onder artikel 2, eerste lid, onderdeel j, met uitzondering van die van militairen.