BWBR0025116
Geldig vanaf 2009-01-01
Artikel 10
Beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2009
1. De artikelen 4 tot en met 9zijn niet van toepassing op een monument of een archeologisch monument ten aanzien waarvan voor 1 januari 2009:
a. een verzoek als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet, zoals dat artikellid op 31 december 2008 luidde, is ingediend,
b. de procedure als bedoeld in artikel 3 van de wet, zoals dat artikel op 31 december 2008 luidde, is aangevangen, of
c. door of namens de minister bij een belanghebbende dan wel bij een provincie of een gemeente het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat het voornemen bestaat het monument of het archeologisch monument op grond van artikel 3 van de wet, zoals dat artikel op 31 december 2008 luidde, aan te wijzen als beschermd monument.
2. Het bepaalde in de Tijdelijke beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2007is van overeenkomstige toepassing op een monument of een archeologisch monument als bedoeld in het eerste lid.
a. een verzoek als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet, zoals dat artikellid op 31 december 2008 luidde, is ingediend,
b. de procedure als bedoeld in artikel 3 van de wet, zoals dat artikel op 31 december 2008 luidde, is aangevangen, of
c. door of namens de minister bij een belanghebbende dan wel bij een provincie of een gemeente het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat het voornemen bestaat het monument of het archeologisch monument op grond van artikel 3 van de wet, zoals dat artikel op 31 december 2008 luidde, aan te wijzen als beschermd monument.
2. Het bepaalde in de Tijdelijke beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2007is van overeenkomstige toepassing op een monument of een archeologisch monument als bedoeld in het eerste lid.