BWBR0025040
Geldig vanaf 2014-06-11
Artikel 4
Mediaregeling 2008
1. Een aanvraag als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, bevat:
a. voor zover beschikbaar de opgave van het door het Commissariaat vastgestelde aantal leden van de omroepverenigingen, bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de wet;
b. een beschrijving van de structuur, bedoeld in artikel 2.142a, eerste lid, van de wet, van de omroeporganisatie, waarbij, indien van toepassing, specifiek wordt aangegeven op welke punten deze afwijkt van de gedragscode, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de wet;
c. een beschrijving van de inrichting, sturing en beheersing van bedrijfsprocessen en van de financiële en administratieve organisatie van de omroeporganisatie;
d. een overzicht van de financiën van de omroeporganisatie, wat voor de aanvraag voor een erkenning van een omroeporganisatie, niet zijnde een samenwerkingsomroep, in elk geval inhoudt: de jaarrekening over het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar van de indiening van de aanvraag van die omroeporganisatie of van de omroepverenigingen waaruit die organisatie gevormd is; en
e. in geval van een samenwerkingsomroep: 1°. de statuten en reglementen van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen;
2°. een beschrijving van de structuur, bedoeld in artikel 2.142a, eerste lid, van de wet, van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen, gelet op artikel 2.142a, derde lid;
3°. een beschrijving van de inrichting, sturing en beheersing van bedrijfsprocessen en van administratieve organisatie van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen;
4°. een overzicht van de financiën van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen, en in elk geval de jaarrekening over het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar van de indiening van de aanvraag van die omroepverenigingen; en
5°. notariële akten en overeenkomsten, anders dan bedoeld onder 1° tot en met 4°, die betrekking hebben op de samenwerking binnen de samenwerkingsomroep.
1°. de statuten en reglementen van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen;
2°. een beschrijving van de structuur, bedoeld in artikel 2.142a, eerste lid, van de wet, van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen, gelet op artikel 2.142a, derde lid;
3°. een beschrijving van de inrichting, sturing en beheersing van bedrijfsprocessen en van administratieve organisatie van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen;
4°. een overzicht van de financiën van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen, en in elk geval de jaarrekening over het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar van de indiening van de aanvraag van die omroepverenigingen; en
5°. notariële akten en overeenkomsten, anders dan bedoeld onder 1° tot en met 4°, die betrekking hebben op de samenwerking binnen de samenwerkingsomroep.
2. In geval van een aanvraag voor een voorlopige erkenning bevat de aanvraag de notariële akten en overeenkomsten die betrekking hebben op de samenwerking met de NTR of de omroeporganisatie waaraan de aanvrager de verzorging van haar media-aanbod heeft opgedragen.
3. Een aanvraag gaat vergezeld van vier kopieën.
a. voor zover beschikbaar de opgave van het door het Commissariaat vastgestelde aantal leden van de omroepverenigingen, bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de wet;
b. een beschrijving van de structuur, bedoeld in artikel 2.142a, eerste lid, van de wet, van de omroeporganisatie, waarbij, indien van toepassing, specifiek wordt aangegeven op welke punten deze afwijkt van de gedragscode, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de wet;
c. een beschrijving van de inrichting, sturing en beheersing van bedrijfsprocessen en van de financiële en administratieve organisatie van de omroeporganisatie;
d. een overzicht van de financiën van de omroeporganisatie, wat voor de aanvraag voor een erkenning van een omroeporganisatie, niet zijnde een samenwerkingsomroep, in elk geval inhoudt: de jaarrekening over het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar van de indiening van de aanvraag van die omroeporganisatie of van de omroepverenigingen waaruit die organisatie gevormd is; en
e. in geval van een samenwerkingsomroep: 1°. de statuten en reglementen van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen;
2°. een beschrijving van de structuur, bedoeld in artikel 2.142a, eerste lid, van de wet, van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen, gelet op artikel 2.142a, derde lid;
3°. een beschrijving van de inrichting, sturing en beheersing van bedrijfsprocessen en van administratieve organisatie van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen;
4°. een overzicht van de financiën van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen, en in elk geval de jaarrekening over het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar van de indiening van de aanvraag van die omroepverenigingen; en
5°. notariële akten en overeenkomsten, anders dan bedoeld onder 1° tot en met 4°, die betrekking hebben op de samenwerking binnen de samenwerkingsomroep.
1°. de statuten en reglementen van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen;
2°. een beschrijving van de structuur, bedoeld in artikel 2.142a, eerste lid, van de wet, van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen, gelet op artikel 2.142a, derde lid;
3°. een beschrijving van de inrichting, sturing en beheersing van bedrijfsprocessen en van administratieve organisatie van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen;
4°. een overzicht van de financiën van de omroepverenigingen die de samenwerkingsomroep vormen, en in elk geval de jaarrekening over het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar van de indiening van de aanvraag van die omroepverenigingen; en
5°. notariële akten en overeenkomsten, anders dan bedoeld onder 1° tot en met 4°, die betrekking hebben op de samenwerking binnen de samenwerkingsomroep.
2. In geval van een aanvraag voor een voorlopige erkenning bevat de aanvraag de notariële akten en overeenkomsten die betrekking hebben op de samenwerking met de NTR of de omroeporganisatie waaraan de aanvrager de verzorging van haar media-aanbod heeft opgedragen.
3. Een aanvraag gaat vergezeld van vier kopieën.