BWBR0025011
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 4
Regeling beeldende kunst en cultureel erfgoed
Uitgesloten van ondersteuning zijn activiteiten:
a. waarvan de totale kosten minder dan € 25.000 bedragen (dit geldt niet voor voorwaardenscheppende activiteiten en ontwikkelkosten); waarvan de dekking voor meer dan 60% uit publieke middelen bestaat (m.u.v. gemeentelijke en provinciale subsidies); waarvoor reeds rechtstreeks met Rijksmiddelen een cultuursubsidie is verstrekt, dan wel waarbij sectorinstituten financieel betrokken zijn; die de aanvrager (goed) kan realiseren uit zijn reguliere budget, of die met hulp van andere partijen kan worden gerealiseerd, of waarbij geen sprake is van een redelijke eigen bijdrage aan de activiteitskosten.
b. waarvan de resultaten grotendeels of alleen aan de aanvragende organisatie ten goede komen, zoals projecten op het gebied van bouwkundige voorzieningen;
c. die gericht zijn op de productie van beeldende kunst of het verwerven van erfgoed, zoals opdrachten en aankopen.
d. die betrekking hebben op het behoud van gemeentelijke en Rijksmonumenten, of het opgraven van archeologische objecten;
e. waarbij geen sprake is van digitale duurzaamheid;
f. die een overwegend toeristisch karakter hebben;
g. die betrekking hebben op documentaires en die geen deel uitmaken van een meeromvattende activiteit;
h. die betrekking hebben op publicaties en tijdschriften over cultureel erfgoed.
a. waarvan de totale kosten minder dan € 25.000 bedragen (dit geldt niet voor voorwaardenscheppende activiteiten en ontwikkelkosten); waarvan de dekking voor meer dan 60% uit publieke middelen bestaat (m.u.v. gemeentelijke en provinciale subsidies); waarvoor reeds rechtstreeks met Rijksmiddelen een cultuursubsidie is verstrekt, dan wel waarbij sectorinstituten financieel betrokken zijn; die de aanvrager (goed) kan realiseren uit zijn reguliere budget, of die met hulp van andere partijen kan worden gerealiseerd, of waarbij geen sprake is van een redelijke eigen bijdrage aan de activiteitskosten.
b. waarvan de resultaten grotendeels of alleen aan de aanvragende organisatie ten goede komen, zoals projecten op het gebied van bouwkundige voorzieningen;
c. die gericht zijn op de productie van beeldende kunst of het verwerven van erfgoed, zoals opdrachten en aankopen.
d. die betrekking hebben op het behoud van gemeentelijke en Rijksmonumenten, of het opgraven van archeologische objecten;
e. waarbij geen sprake is van digitale duurzaamheid;
f. die een overwegend toeristisch karakter hebben;
g. die betrekking hebben op documentaires en die geen deel uitmaken van een meeromvattende activiteit;
h. die betrekking hebben op publicaties en tijdschriften over cultureel erfgoed.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0025011
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl