BWBR0025011
Geldig vanaf 01-01-2009
Artikel 3
Regeling beeldende kunst en cultureel erfgoed
1. Aanvragen kunnen worden ingediend door organisaties die rechtspersoonlijkheid bezitten en gevestigd zijn in het Koninkrijk der Nederlanden. Voor Nederlandstalige tijdschriften die buiten Nederland worden uitgegeven kan een uitzondering worden gemaakt.
2. Geen aanvraag kunnen indienen:
– organisaties die zich volgens hun statutaire doelstellingen en/of feitelijke activiteiten ten doel stellen uitsluitend de belangen te behartigen van één of enkele personen, of wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de rechtspersoon of het orgaan zich in overwegende mate richt op verkrijging van financiële ondersteuning ten behoeve van één of enkele personen;
– wanneer er aanwijzingen zijn dat het toezicht op het doelmatig en verantwoord functioneren van de instelling onvoldoende is. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer in het bestuur van de aanvragende instelling één of meer personen zitting hebben die tevens de gesubsidieerde activiteiten uitvoeren.
– instellingen gericht op het kunstvakonderwijs en sectorinstituten zonder museale functie.
– instellingen die reeds met cultuurmiddelen door de Rijksoverheid worden gefinancierd kunnen geen ondersteuning krijgen voor het onderdeel programmering. Organisaties kunnen slechts voor één programmering tegelijkertijd ondersteuning ontvangen.
2. Geen aanvraag kunnen indienen:
– organisaties die zich volgens hun statutaire doelstellingen en/of feitelijke activiteiten ten doel stellen uitsluitend de belangen te behartigen van één of enkele personen, of wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de rechtspersoon of het orgaan zich in overwegende mate richt op verkrijging van financiële ondersteuning ten behoeve van één of enkele personen;
– wanneer er aanwijzingen zijn dat het toezicht op het doelmatig en verantwoord functioneren van de instelling onvoldoende is. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer in het bestuur van de aanvragende instelling één of meer personen zitting hebben die tevens de gesubsidieerde activiteiten uitvoeren.
– instellingen gericht op het kunstvakonderwijs en sectorinstituten zonder museale functie.
– instellingen die reeds met cultuurmiddelen door de Rijksoverheid worden gefinancierd kunnen geen ondersteuning krijgen voor het onderdeel programmering. Organisaties kunnen slechts voor één programmering tegelijkertijd ondersteuning ontvangen.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0025011
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl