BWBR0024946
Geldig vanaf 2008-12-24
Artikel 4
Instellingsbesluit Commissie Monitoring Talent naar de Top
1. De Commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste zeven andere leden.
2. De voorzitter en de andere leden worden door de Minister van Economische Zaken, in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, benoemd en kunnen door de Minister van Economische Zaken, in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, worden geschorst en ontslagen.
3. De voorzitter en de leden van de Commissie handelen zonder last of ruggespraak.
4. Een lid van de Commissie of een door de Commissie ingeschakelde deskundige neemt niet deel aan de beoordeling van de resultaten van een individuele ondertekenaar van het Charter, indien hij of zij een persoonlijk belang heeft bij de beoordeling van de resultaten van deze ondertekenaar.
5. Tot lid van de Commissie worden benoemd:
a. de heer dr. ir. A.W. Veenman, te Laren, tevens voorzitter;
b. mevrouw drs. M.C.L. Arts, te Rozendaal;
c. mevrouw mr. M. Bax MBA, te Amsterdam;
d. mevrouw drs. R.I. Doerga RA, te Sittard;
e. de heer drs. W.J. Kuijken, te Den Haag;
f. de heer B. van der Veer RA, te Bloemendaal.
6. Een vertegenwoordiger van het Ministerie van Economische Zaken of het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan als waarnemer bij de vergadering van de Commissie aanwezig zijn.
2. De voorzitter en de andere leden worden door de Minister van Economische Zaken, in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, benoemd en kunnen door de Minister van Economische Zaken, in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, worden geschorst en ontslagen.
3. De voorzitter en de leden van de Commissie handelen zonder last of ruggespraak.
4. Een lid van de Commissie of een door de Commissie ingeschakelde deskundige neemt niet deel aan de beoordeling van de resultaten van een individuele ondertekenaar van het Charter, indien hij of zij een persoonlijk belang heeft bij de beoordeling van de resultaten van deze ondertekenaar.
5. Tot lid van de Commissie worden benoemd:
a. de heer dr. ir. A.W. Veenman, te Laren, tevens voorzitter;
b. mevrouw drs. M.C.L. Arts, te Rozendaal;
c. mevrouw mr. M. Bax MBA, te Amsterdam;
d. mevrouw drs. R.I. Doerga RA, te Sittard;
e. de heer drs. W.J. Kuijken, te Den Haag;
f. de heer B. van der Veer RA, te Bloemendaal.
6. Een vertegenwoordiger van het Ministerie van Economische Zaken of het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan als waarnemer bij de vergadering van de Commissie aanwezig zijn.