BWBR0024946
Geldig vanaf 2008-12-24
Artikel 3
Instellingsbesluit Commissie Monitoring Talent naar de Top
1. De Commissie heeft tot taak om zichtbaar te maken welke organisaties het belang van m/v diversiteit onderschrijven en zich committeren aan het ontwikkelen of het continueren van een duidelijke strategie voor toestroom, doorstroom naar, en behoud van meer vrouwelijk talent in topfuncties.
2. De Commissie voert haar taak onder meer uit door:
a. het vaststellen van de nulmeting en de beoordeling van de behaalde resultaten van iedere individuele ondertekenaar van het Charter. Hierbij wordt getoetst of de door de ondertekenaar opgestelde doelstellingen behaald worden, of er voldoende vooruitgang wordt geboekt ten opzichte van de nulmeting en of er adequate uitleg wordt gegeven ten aanzien van die onderwerpen waar de ondertekenaar de doelstellingen eventueel niet haalt;
b. waar mogelijk, het onderling vergelijken van de resultaten van individuele ondertekenaars van het Charter binnen hun sector en het vergelijken van de resultaten van individuele ondertekenaars ten opzichte van het gemiddelde van die sector;
c. het relateren van de resultaten van de ondertekenaars aan de aandachtspunten over vrouwen in topposities die naar voren worden gebracht in het politieke en publieke debat, waaronder de streefwaarden zoals opgesteld door het kabinet;
d. het doen van aanbevelingen aan de Minister van Economische Zaken en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over additionele maatregelen die de overheid kan treffen om (de effectiviteit van) het Charter nader te faciliteren.
2. De Commissie voert haar taak onder meer uit door:
a. het vaststellen van de nulmeting en de beoordeling van de behaalde resultaten van iedere individuele ondertekenaar van het Charter. Hierbij wordt getoetst of de door de ondertekenaar opgestelde doelstellingen behaald worden, of er voldoende vooruitgang wordt geboekt ten opzichte van de nulmeting en of er adequate uitleg wordt gegeven ten aanzien van die onderwerpen waar de ondertekenaar de doelstellingen eventueel niet haalt;
b. waar mogelijk, het onderling vergelijken van de resultaten van individuele ondertekenaars van het Charter binnen hun sector en het vergelijken van de resultaten van individuele ondertekenaars ten opzichte van het gemiddelde van die sector;
c. het relateren van de resultaten van de ondertekenaars aan de aandachtspunten over vrouwen in topposities die naar voren worden gebracht in het politieke en publieke debat, waaronder de streefwaarden zoals opgesteld door het kabinet;
d. het doen van aanbevelingen aan de Minister van Economische Zaken en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over additionele maatregelen die de overheid kan treffen om (de effectiviteit van) het Charter nader te faciliteren.