BWBR0024848
Geldig vanaf 2008-12-13
Artikel 14
Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen
1. Jaarlijks voor 1 december van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar verstrekt het dagelijks bestuur van het waterschap, op basis van de vastgestelde begroting, de volgende informatie aan het CBS:
a. de raming van baten en lasten naar kosten- en opbrengstsoorten, bedoeld in artikel 4.74, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;
b. de raming van netto-kosten naar beleidsproducten, bedoeld in artikel 4.74, eerste lid, onderdeel b, van het besluit;
c. de geraamde bruto-belastingopbrengsten, oninbaar en kwijt te schelden bedragen ingedeeld naar de opbrengstsoorten 5.1 tot en met 5.7 van bijlage 2 van deze regeling;
d. de geraamde bruto-belastingopbrengsten, oninbaar en kwijt te schelden bedragen ingedeeld naar de belastingopbrengsten watersysteemheffing, belastingopbrengsten wegenbeheer en de kosten die op grond van artikel 120, eerste lid, tweede volzin, van de wet, rechtstreeks worden toegerekend aan categorieën van belastingplichtigen; en
e. de opbouw van het EMU-saldo, volgens de indeling van bijlage 1, onder 2, bij deze regeling, volgens de begroting voor het komende begrotingsjaar en voor het begrotingsjaar daarna.
2. Het CBS beoordeelt de informatie, bedoeld in het eerste lid, op plausibiliteit en stuurt de bevindingen op naar het betreffende dagelijks bestuur.
a. de raming van baten en lasten naar kosten- en opbrengstsoorten, bedoeld in artikel 4.74, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;
b. de raming van netto-kosten naar beleidsproducten, bedoeld in artikel 4.74, eerste lid, onderdeel b, van het besluit;
c. de geraamde bruto-belastingopbrengsten, oninbaar en kwijt te schelden bedragen ingedeeld naar de opbrengstsoorten 5.1 tot en met 5.7 van bijlage 2 van deze regeling;
d. de geraamde bruto-belastingopbrengsten, oninbaar en kwijt te schelden bedragen ingedeeld naar de belastingopbrengsten watersysteemheffing, belastingopbrengsten wegenbeheer en de kosten die op grond van artikel 120, eerste lid, tweede volzin, van de wet, rechtstreeks worden toegerekend aan categorieën van belastingplichtigen; en
e. de opbouw van het EMU-saldo, volgens de indeling van bijlage 1, onder 2, bij deze regeling, volgens de begroting voor het komende begrotingsjaar en voor het begrotingsjaar daarna.
2. Het CBS beoordeelt de informatie, bedoeld in het eerste lid, op plausibiliteit en stuurt de bevindingen op naar het betreffende dagelijks bestuur.