BWBR0024807
Geldig vanaf 2008-12-10
Artikel 7
Subsidieregeling Programma internationalisering beroepsonderwijs
1. Aanvragen om subsidie op grond van deze regeling moeten zijn ontvangen vóór 1 november 2008. Bij ministeriële regeling worden de volgende perioden vastgesteld waarin aanvragen om subsidie op grond van deze regeling moeten zijn ontvangen.
2. De aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier overeenkomstig het model dat is opgenomen in bijlage 1en gaat vergezeld van de in het formulier genoemde stukken overeenkomstig het daarin opgenomen model, waaronder in ieder geval een projectplan en een begroting van de kosten.
3. Het projectplan bevat in ieder geval:
a. de doelstelling van het project;
b. een activiteitenplan met daarin in ieder geval opgenomen een beschrijving van de activiteiten van het project uitgezet in tijd, de belangrijke stappen, tussenresultaten en eindresultaten in het project en het aantal onderwijsdeelnemers dat met het vernieuwingstraject wordt bereikt;
c. een kort overzicht van de stand van zaken op het terrein van internationalisering bij de subsidieontvanger, van de voor het project relevante recente of lopende vernieuwingen op het gebied van internationalisering en de wijze waarop deze kennis in het project wordt toegepast;
d. een overzicht van de vernieuwingen met betrekking tot de vorm, de inhoud en het proces van of de taakverdeling rondom internationalisering die door het project worden verwezenlijkt;
e. een beknopte beschrijving van de wijze waarop het samenwerkingsverband relevante netwerken zou kunnen vormen;
f. een beschrijving van de projectorganisatie en de activiteiten van de afzonderlijke deelnemers van het samenwerkingsverband met betrekking tot het project;
g. de wijze waarop de subsidieontvanger de uit het project voortvloeiende kennis actief zal verspreiden.
4. De begroting van de kosten bevat, indien sprake is van een samenwerkingsverband, in ieder geval een raming van de subsidiabele kosten per deelnemer en geeft inzicht in de inbreng van de deelnemers in het project.
5. Indien sprake is van een samenwerkingsverband wijzen de deelnemers een beroepsonderwijsinstelling aan als penvoerder, die mede namens de andere deelnemers van het samenwerkingsverband de aanvraag indient.
2. De aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier overeenkomstig het model dat is opgenomen in bijlage 1en gaat vergezeld van de in het formulier genoemde stukken overeenkomstig het daarin opgenomen model, waaronder in ieder geval een projectplan en een begroting van de kosten.
3. Het projectplan bevat in ieder geval:
a. de doelstelling van het project;
b. een activiteitenplan met daarin in ieder geval opgenomen een beschrijving van de activiteiten van het project uitgezet in tijd, de belangrijke stappen, tussenresultaten en eindresultaten in het project en het aantal onderwijsdeelnemers dat met het vernieuwingstraject wordt bereikt;
c. een kort overzicht van de stand van zaken op het terrein van internationalisering bij de subsidieontvanger, van de voor het project relevante recente of lopende vernieuwingen op het gebied van internationalisering en de wijze waarop deze kennis in het project wordt toegepast;
d. een overzicht van de vernieuwingen met betrekking tot de vorm, de inhoud en het proces van of de taakverdeling rondom internationalisering die door het project worden verwezenlijkt;
e. een beknopte beschrijving van de wijze waarop het samenwerkingsverband relevante netwerken zou kunnen vormen;
f. een beschrijving van de projectorganisatie en de activiteiten van de afzonderlijke deelnemers van het samenwerkingsverband met betrekking tot het project;
g. de wijze waarop de subsidieontvanger de uit het project voortvloeiende kennis actief zal verspreiden.
4. De begroting van de kosten bevat, indien sprake is van een samenwerkingsverband, in ieder geval een raming van de subsidiabele kosten per deelnemer en geeft inzicht in de inbreng van de deelnemers in het project.
5. Indien sprake is van een samenwerkingsverband wijzen de deelnemers een beroepsonderwijsinstelling aan als penvoerder, die mede namens de andere deelnemers van het samenwerkingsverband de aanvraag indient.