BWBR0024765
Geldig vanaf 2009-01-01
Artikel 4
Regeling functieonderhoud politie
1. Indien het bevoegd gezag besluit de functie van de ambtenaar vanwege het functieonderhoud aan te passen aan de feitelijk opgedragen werkzaamheden, draagt het bevoegd gezag zorg voor het vaststellen van een aangepaste functie.
2. De ambtenaar wordt in de aangepaste functie aangesteld met ingang van de dag waarop de aanvraag tot functieonderhoud is ingediend.
3. Indien de aangepaste functie is ingedeeld in een hogere salarisschaal dan de salarisschaal die voor de ambtenaar geldt, is de aan deze hogere salarisschaal verbonden bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, op hem van toepassing met ingang van de dag van aanstelling.
4. In afwijking van het tweede lid kan de ambtenaar eerder dan het daar genoemde tijdstip in de functie worden aangesteld doch niet eerder dan de datum waarop de feitelijk opgedragen werkzaamheden zijn aangevangen.
2. De ambtenaar wordt in de aangepaste functie aangesteld met ingang van de dag waarop de aanvraag tot functieonderhoud is ingediend.
3. Indien de aangepaste functie is ingedeeld in een hogere salarisschaal dan de salarisschaal die voor de ambtenaar geldt, is de aan deze hogere salarisschaal verbonden bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, op hem van toepassing met ingang van de dag van aanstelling.
4. In afwijking van het tweede lid kan de ambtenaar eerder dan het daar genoemde tijdstip in de functie worden aangesteld doch niet eerder dan de datum waarop de feitelijk opgedragen werkzaamheden zijn aangevangen.