BWBR0024755
Geldig vanaf 2016-03-10
Artikel 3
Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties beroepen in de individuele gezondheidszorg
1. Teneinde te kunnen beoordelen of een van de situaties, genoemd in artikel 11, eerste lid, van de wetzich voordoet, wint de minister, alvorens te beslissen op een aanvraag tot het verkrijgen van een erkenning voor beroepskwalificaties, advies in van de commissie.
2. De commissie laat de minister weten of naar haar oordeel een van de situaties, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wetzich voordoet en adviseert de minister over de beroepservaring die de aanvrager moet aantonen, dan wel de proeve van bekwaamheid die de aanvrager moet afleggen of de aanpassingsstage die de aanvrager moet doorlopen.
3. Indien de aanvrager een proeve van bekwaamheid heeft afgelegd of een aanpassingsstage heeft doorlopen, raadpleegt de minister de commissie over de vraag of de aanvrager voldoende gescoord heeft op de proeve van bekwaamheid of de aanpassingsstage met succes is afgesloten om de wezenlijke verschillen te compenseren.
2. De commissie laat de minister weten of naar haar oordeel een van de situaties, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wetzich voordoet en adviseert de minister over de beroepservaring die de aanvrager moet aantonen, dan wel de proeve van bekwaamheid die de aanvrager moet afleggen of de aanpassingsstage die de aanvrager moet doorlopen.
3. Indien de aanvrager een proeve van bekwaamheid heeft afgelegd of een aanpassingsstage heeft doorlopen, raadpleegt de minister de commissie over de vraag of de aanvrager voldoende gescoord heeft op de proeve van bekwaamheid of de aanpassingsstage met succes is afgesloten om de wezenlijke verschillen te compenseren.