BWBR0024750
Geldig vanaf 2009-11-12
Artikel 5
Tijdelijke subsidieregeling innovatieketen water
1. De subsidiabele kosten van een haalbaarheidsproject gericht op industrieel onderzoek en van een haalbaarheidsproject gericht op experimentele ontwikkeling als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d en e, zijn uitsluitend de studiekosten.
2. De subsidie bedraagt maximaal:
a. voor fundamenteel onderzoek: 85% van de subsidiabele kosten;
b. voor industrieel onderzoek: 50% van de subsidiabele kosten;
c. voor experimentele ontwikkeling: 25% van de subsidiabele kosten;
d. voor technische haalbaarheidsstudies voor kleine en middelgrote ondernemingen op het gebied van: 1°. industrieel onderzoek: 75% van de subsidiabele kosten;
2°. experimentele ontwikkeling: 50% van de subsidiabele kosten;
1°. industrieel onderzoek: 75% van de subsidiabele kosten;
2°. experimentele ontwikkeling: 50% van de subsidiabele kosten;
e. voor technische haalbaarheidsstudies voor grote ondernemingen op het gebied van: 1°. industrieel onderzoek: 65% van de subsidiabele kosten;
2°. experimentele ontwikkeling: 40% van de subsidiabele kosten.
1°. industrieel onderzoek: 65% van de subsidiabele kosten;
2°. experimentele ontwikkeling: 40% van de subsidiabele kosten.
3. Indien het project een combinatie is van de onderzoeken uit het tweede lid, onderdeel a, b, c, d en e, bedraagt de subsidie maximaal het gewogen gemiddelde van deze percentages.
4. De in het tweede lid, onderdelen b en c, genoemde percentages kunnen worden verhoogd met maximaal 15 procentpunten wanneer er sprake is van een samenwerkingsverband watersector tussen een onderneming en een onderzoeksorganisatie bij een project in het kader van coördinatie van nationaal beleid op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, waarbij:
a. de onderzoeksorganisatie ten minste 10 procent van de subsidiabele kosten van het project draagt, en
b. de onderzoeksorganisatie het recht heeft de resultaten van de projecten te publiceren, voor zover deze afkomstig zijn van het door de onderzoeksorganisatie uitgevoerde onderzoek.
5. Het totaal van de te verlenen subsidie aan een gemachtigde bedraagt niet meer dan 50% van de subsidiabele kosten van de projecten die zijn uitgevoerd in de periode van 1 januari 2009 tot 1 januari 2013.
6. Indien voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan reeds door een bestuursorgaan subsidie is verleend, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verleend dat de totale bijdrage van dat bestuursorgaan en de op basis van deze regeling te verlenen subsidie gezamenlijk, niet meer bedraagt dan de te verlenen bijdrage op basis van deze regeling.
2. De subsidie bedraagt maximaal:
a. voor fundamenteel onderzoek: 85% van de subsidiabele kosten;
b. voor industrieel onderzoek: 50% van de subsidiabele kosten;
c. voor experimentele ontwikkeling: 25% van de subsidiabele kosten;
d. voor technische haalbaarheidsstudies voor kleine en middelgrote ondernemingen op het gebied van: 1°. industrieel onderzoek: 75% van de subsidiabele kosten;
2°. experimentele ontwikkeling: 50% van de subsidiabele kosten;
1°. industrieel onderzoek: 75% van de subsidiabele kosten;
2°. experimentele ontwikkeling: 50% van de subsidiabele kosten;
e. voor technische haalbaarheidsstudies voor grote ondernemingen op het gebied van: 1°. industrieel onderzoek: 65% van de subsidiabele kosten;
2°. experimentele ontwikkeling: 40% van de subsidiabele kosten.
1°. industrieel onderzoek: 65% van de subsidiabele kosten;
2°. experimentele ontwikkeling: 40% van de subsidiabele kosten.
3. Indien het project een combinatie is van de onderzoeken uit het tweede lid, onderdeel a, b, c, d en e, bedraagt de subsidie maximaal het gewogen gemiddelde van deze percentages.
4. De in het tweede lid, onderdelen b en c, genoemde percentages kunnen worden verhoogd met maximaal 15 procentpunten wanneer er sprake is van een samenwerkingsverband watersector tussen een onderneming en een onderzoeksorganisatie bij een project in het kader van coördinatie van nationaal beleid op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, waarbij:
a. de onderzoeksorganisatie ten minste 10 procent van de subsidiabele kosten van het project draagt, en
b. de onderzoeksorganisatie het recht heeft de resultaten van de projecten te publiceren, voor zover deze afkomstig zijn van het door de onderzoeksorganisatie uitgevoerde onderzoek.
5. Het totaal van de te verlenen subsidie aan een gemachtigde bedraagt niet meer dan 50% van de subsidiabele kosten van de projecten die zijn uitgevoerd in de periode van 1 januari 2009 tot 1 januari 2013.
6. Indien voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan reeds door een bestuursorgaan subsidie is verleend, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verleend dat de totale bijdrage van dat bestuursorgaan en de op basis van deze regeling te verlenen subsidie gezamenlijk, niet meer bedraagt dan de te verlenen bijdrage op basis van deze regeling.