BWBR0024708
Geldig vanaf 2025-01-27
Artikel 11
Besluit publieke gezondheid
1. Ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wetzorgt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval voor:
a. het, ter uitvoering van de meldingstaken, bedoeld in de wet, te allen tijde bereikbaar zijn van de gemeentelijke gezondheidsdienst,
b. het doorlopend verzamelen, analyseren en toepassen van epidemiologische gegevens over infectieziekten,
c. het op grond van de gegevens, bedoeld onder b, inventariseren van relevante trends en risico’s onder de bevolking of specifieke groepen, alsmede het anticiperen daarop,
d. het geven van voorlichting en begeleiding, alsmede het beantwoorden van vragen uit de bevolking,
e. het zorg dragen voor preventieve bronbehandeling bij de bestrijding van tuberculose,
f. het bevorderen van de samenwerking van de gemeentelijke gezondheidsdienst met huisartsen, medisch specialisten, ziekenhuizen, laboratoria en overige organisaties die een rol spelen bij de bestrijding van infectieziekten,
g. de algemene voorbereiding op maatregelen ter bestrijding van een epidemie van een infectieziekte,
h. het aanbieden van vaccinaties aan risicogroepen,
i. de deelname aan toegepast wetenschappelijk onderzoek.
2. Het vaccinatieprogramma, bedoeld in artikel 6b, eerste lid, van de wet, bestaat uit de volgende voor de desbetreffende groepen opgenomen vaccinaties:
a. voor alle personen tot 18 jaar: difterie (D), kinkhoest (K), tetanus (T), polio (P), infectie veroorzaakt door haemophilus influenzae type B (Hib), hepatitis B (HepB), infectie veroorzaakt door pneumokokken (Pneu), Bof (B), mazelen (M), rodehond (R) en infectie veroorzaakt door meningokokken groep C (MenC) en groep W (MenW) en infectie veroorzaakt door humaan papillomavirus (HPV) dat kanker kan veroorzaken;
b. bij een pasgeborene van een draagster van hepatitis B-virus behoort tevens tot het vaccinatieprogramma het na afloop van de vaccinatieserie in gang zetten van een serologische evaluatie (bloedonderzoek);
c. voor zwangeren: kinkhoest (K).
3. Ter uitvoering van artikel 6b, derde lid, van de wetdraagt het college van burgemeester en wethouders mede zorg voor het deel van het vaccinatieprogramma, bedoeld in het tweede lid, en zorgt het college van burgemeester en wethouders ervoor dat:
a. tijdig volgens het vaccinatieprogramma uitnodigingen worden verzonden voor vaccinatie en het daartoe bepalen van tijd en locatie van de vaccinatie;
b. objectieve, volledige en passende voorlichting aan en begeleiding van ouders of verzorgers wordt geboden over deelname aan het programma, alsmede het beantwoorden van vragen omtrent de vaccinaties;
c. op het tijdstip en de locatie, bedoeld in onderdeel a, de vaccinaties worden gegeven;
d. het beheer van de vaccins en de uitvoering van de vaccinaties geschiedt volgens de daarvoor geldende professionele richtlijn en door voldoende en deskundig personeel;
e. tijdig met het RIVM overleg wordt gevoerd inzake frequentie, planning en organisatie van groepsvaccinaties;
f. jaarlijks overleg plaatsvindt tussen de afdeling infectieziektebestrijding van de gemeentelijke gezondheidsdienst en de uitvoerders van de jeugdgezondheidszorg over de door het RIVM opgestelde rapportage over de vaccinatiegraad.
4. Onverminderd het tweede lid bestaat het vaccinatieprogramma, bedoeld in artikel 6b, eerste lid, van de wet, tevens uit vaccinaties voor alle personen tegen een infectie veroorzaakt door SARS-CoV-2.
a. het, ter uitvoering van de meldingstaken, bedoeld in de wet, te allen tijde bereikbaar zijn van de gemeentelijke gezondheidsdienst,
b. het doorlopend verzamelen, analyseren en toepassen van epidemiologische gegevens over infectieziekten,
c. het op grond van de gegevens, bedoeld onder b, inventariseren van relevante trends en risico’s onder de bevolking of specifieke groepen, alsmede het anticiperen daarop,
d. het geven van voorlichting en begeleiding, alsmede het beantwoorden van vragen uit de bevolking,
e. het zorg dragen voor preventieve bronbehandeling bij de bestrijding van tuberculose,
f. het bevorderen van de samenwerking van de gemeentelijke gezondheidsdienst met huisartsen, medisch specialisten, ziekenhuizen, laboratoria en overige organisaties die een rol spelen bij de bestrijding van infectieziekten,
g. de algemene voorbereiding op maatregelen ter bestrijding van een epidemie van een infectieziekte,
h. het aanbieden van vaccinaties aan risicogroepen,
i. de deelname aan toegepast wetenschappelijk onderzoek.
2. Het vaccinatieprogramma, bedoeld in artikel 6b, eerste lid, van de wet, bestaat uit de volgende voor de desbetreffende groepen opgenomen vaccinaties:
a. voor alle personen tot 18 jaar: difterie (D), kinkhoest (K), tetanus (T), polio (P), infectie veroorzaakt door haemophilus influenzae type B (Hib), hepatitis B (HepB), infectie veroorzaakt door pneumokokken (Pneu), Bof (B), mazelen (M), rodehond (R) en infectie veroorzaakt door meningokokken groep C (MenC) en groep W (MenW) en infectie veroorzaakt door humaan papillomavirus (HPV) dat kanker kan veroorzaken;
b. bij een pasgeborene van een draagster van hepatitis B-virus behoort tevens tot het vaccinatieprogramma het na afloop van de vaccinatieserie in gang zetten van een serologische evaluatie (bloedonderzoek);
c. voor zwangeren: kinkhoest (K).
3. Ter uitvoering van artikel 6b, derde lid, van de wetdraagt het college van burgemeester en wethouders mede zorg voor het deel van het vaccinatieprogramma, bedoeld in het tweede lid, en zorgt het college van burgemeester en wethouders ervoor dat:
a. tijdig volgens het vaccinatieprogramma uitnodigingen worden verzonden voor vaccinatie en het daartoe bepalen van tijd en locatie van de vaccinatie;
b. objectieve, volledige en passende voorlichting aan en begeleiding van ouders of verzorgers wordt geboden over deelname aan het programma, alsmede het beantwoorden van vragen omtrent de vaccinaties;
c. op het tijdstip en de locatie, bedoeld in onderdeel a, de vaccinaties worden gegeven;
d. het beheer van de vaccins en de uitvoering van de vaccinaties geschiedt volgens de daarvoor geldende professionele richtlijn en door voldoende en deskundig personeel;
e. tijdig met het RIVM overleg wordt gevoerd inzake frequentie, planning en organisatie van groepsvaccinaties;
f. jaarlijks overleg plaatsvindt tussen de afdeling infectieziektebestrijding van de gemeentelijke gezondheidsdienst en de uitvoerders van de jeugdgezondheidszorg over de door het RIVM opgestelde rapportage over de vaccinatiegraad.
4. Onverminderd het tweede lid bestaat het vaccinatieprogramma, bedoeld in artikel 6b, eerste lid, van de wet, tevens uit vaccinaties voor alle personen tegen een infectie veroorzaakt door SARS-CoV-2.