BWBR0024705
Geldig vanaf 2023-06-20
Artikel 12b
Wet publieke gezondheid
1. Het is eenieder verboden om zonder vergunning van Onze Minister een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen type poliovirus te bewaren, te bewerken, te gebruiken of anderszins te verwerken.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op:
a. handelingen door een zorgverlener en daarmee samenhangende handelingen voor zover deze noodzakelijk zijn ten behoeve van diagnostiek;
b. het vervoer van poliovirus;
c. bij algemene maatregel van bestuur aangewezen handelingen.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden eisen gesteld ter zake van het bewaren, bewerken, gebruiken of anderszins verwerken van aangewezen type poliovirus. Deze eisen die verband houden met de uitvoering van Resolutie WHA71.16 van de Wereld Gezondheidsorganisatie, kunnen in de Engelse taal worden gesteld en bekend worden gemaakt.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat, in afwijking van het eerste lid, zonder vergunning handelingen met een aangewezen type poliovirus mogen worden verricht:
a. door degene die op het moment van inwerkingtreding van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, reeds handelingen met het betreffende type poliovirus verrichtte en binnen een nader bepaalde termijn na aanwijzing van dat type poliovirus een aanvraag om een vergunning heeft ingediend;
b. door degene aan wie eerder een vergunning is verleend en die voor het verstrijken van de geldigheidsduur daarvan dan wel voordat zich de situatie voordoet als bedoeld in artikel 12f, eerste lid, onderdeel a, een aanvraag om verlenging van die vergunning heeft ingediend.
5. In de gevallen, bedoeld in het vierde lid, mogen de handelingen worden voortgezet totdat op de ingediende aanvraag is beslist, behoudens de bevoegdheid van Onze Minister om te bevelen om bepaalde handelingen of werkzaamheden op te schorten indien dat noodzakelijk is ter bescherming van de volksgezondheid.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op:
a. handelingen door een zorgverlener en daarmee samenhangende handelingen voor zover deze noodzakelijk zijn ten behoeve van diagnostiek;
b. het vervoer van poliovirus;
c. bij algemene maatregel van bestuur aangewezen handelingen.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden eisen gesteld ter zake van het bewaren, bewerken, gebruiken of anderszins verwerken van aangewezen type poliovirus. Deze eisen die verband houden met de uitvoering van Resolutie WHA71.16 van de Wereld Gezondheidsorganisatie, kunnen in de Engelse taal worden gesteld en bekend worden gemaakt.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat, in afwijking van het eerste lid, zonder vergunning handelingen met een aangewezen type poliovirus mogen worden verricht:
a. door degene die op het moment van inwerkingtreding van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, reeds handelingen met het betreffende type poliovirus verrichtte en binnen een nader bepaalde termijn na aanwijzing van dat type poliovirus een aanvraag om een vergunning heeft ingediend;
b. door degene aan wie eerder een vergunning is verleend en die voor het verstrijken van de geldigheidsduur daarvan dan wel voordat zich de situatie voordoet als bedoeld in artikel 12f, eerste lid, onderdeel a, een aanvraag om verlenging van die vergunning heeft ingediend.
5. In de gevallen, bedoeld in het vierde lid, mogen de handelingen worden voortgezet totdat op de ingediende aanvraag is beslist, behoudens de bevoegdheid van Onze Minister om te bevelen om bepaalde handelingen of werkzaamheden op te schorten indien dat noodzakelijk is ter bescherming van de volksgezondheid.