BWBR0024682
Geldig vanaf 2015-04-24
Artikel 29a
Regeling erkenningen luchtwaardigheid 2008
1. De minister kan op aanvraag aan een bedrijf de volgende erkenningen afgeven:
a. een erkenning tot het onderhoud van een Nederlands luchtvaartuig;
b. een erkenning tot het onderhoudsmanagement van een Nederlands luchtvaartuig;
c. een erkenning voor het verrichten van ontwerpwerkzaamheden voor een Nederlands luchtvaartuig, en
d. een erkenning tot het uitvoeren van een acceptatiekeuring ten behoeve van de afgifte van een speciaal-BvL voor een RPA.
De erkenning voor de activiteiten, bedoeld onder a tot en met c, is slechts mogelijk voor zover het een luchtvaartuig betreft als bedoeld in onderdeel 1, onder a, b, en d, van bijlage I bij de basisverordening of dat volledig wordt ingezet voor niet-militaire staatsactiviteiten of diensten.
2. De minister kan op aanvraag de houder van een erkenning als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, de bevoegdheid verlenen tot het aanvullend erkennen voor:
a. het uitvoeren van een BvL-verlengingsinspectie aan een luchtvaartuig als bedoeld in onderdeel 1, onder a, b, en d, van bijlage I bij de basisverordening of dat volledig wordt ingezet voor niet-militaire staatsactiviteiten of diensten, en dat is ingeschreven in het Nederlands register voor burgerluchtvaartuigen; en
b. het uitvoeren van een acceptatiekeuring ten behoeve van de afgifte van een EASA-standaard-BvL, een EASA-beperkt-BvL, een ICAO-standaard-BvL dan wel een export-BvL en de daarbij behorende verklaringen.
a. een erkenning tot het onderhoud van een Nederlands luchtvaartuig;
b. een erkenning tot het onderhoudsmanagement van een Nederlands luchtvaartuig;
c. een erkenning voor het verrichten van ontwerpwerkzaamheden voor een Nederlands luchtvaartuig, en
d. een erkenning tot het uitvoeren van een acceptatiekeuring ten behoeve van de afgifte van een speciaal-BvL voor een RPA.
De erkenning voor de activiteiten, bedoeld onder a tot en met c, is slechts mogelijk voor zover het een luchtvaartuig betreft als bedoeld in onderdeel 1, onder a, b, en d, van bijlage I bij de basisverordening of dat volledig wordt ingezet voor niet-militaire staatsactiviteiten of diensten.
2. De minister kan op aanvraag de houder van een erkenning als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, de bevoegdheid verlenen tot het aanvullend erkennen voor:
a. het uitvoeren van een BvL-verlengingsinspectie aan een luchtvaartuig als bedoeld in onderdeel 1, onder a, b, en d, van bijlage I bij de basisverordening of dat volledig wordt ingezet voor niet-militaire staatsactiviteiten of diensten, en dat is ingeschreven in het Nederlands register voor burgerluchtvaartuigen; en
b. het uitvoeren van een acceptatiekeuring ten behoeve van de afgifte van een EASA-standaard-BvL, een EASA-beperkt-BvL, een ICAO-standaard-BvL dan wel een export-BvL en de daarbij behorende verklaringen.