BWBR0024439
Geldig vanaf 2008-09-05
Artikel 5
Tijdelijk besluit bevordering arbeidsinschakeling alleenstaande ouders WWB
1. Een verzoek als bedoeld in artikel 83, derde lid, van de wetkomt slechts voor inwilliging in aanmerking, indien naar het oordeel van Onze Minister:
a. de gemeente met betrekking tot het aantal alleenstaande ouders dat algemene bijstand ontvangt, representatief is voor een Nederlandse gemeente met een vergelijkbaar aantal inwoners;
b. het college voldoende kwantitatieve gegevens kan aanleveren over: 1° het aantal alleenstaande ouders dat algemene bijstand ontvangt;
2° de re-integratieactiviteiten die met betrekking tot de alleenstaande ouders zijn ontplooid;
3° de effecten van de onder 2° bedoelde re-integratieactiviteiten;
4° het aantal alleenstaande ouders dat algemene bijstand ontvangt dat op 1 januari 2009 in deeltijd werkzaam is;
5° het aantal alleenstaande ouders dat algemene bijstand ontvangt dat na 1 januari 2009 in deeltijd werkzaam zal zijn;
6° de omvang van de dienstbetrekkingen die alleenstaande ouders die algemene bijstand ontvangen op 1 januari 2009 hebben;
7° de omvang van de dienstbetrekkingen die alleenstaande ouders die algemene bijstand ontvangen na 1 januari 2009 zullen hebben;
8° de hoogte, duur en aard van de inkomsten die alleenstaande ouders die algemene bijstand ontvangen na 1 januari 2009 zullen hebben.
1° het aantal alleenstaande ouders dat algemene bijstand ontvangt;
2° de re-integratieactiviteiten die met betrekking tot de alleenstaande ouders zijn ontplooid;
3° de effecten van de onder 2° bedoelde re-integratieactiviteiten;
4° het aantal alleenstaande ouders dat algemene bijstand ontvangt dat op 1 januari 2009 in deeltijd werkzaam is;
5° het aantal alleenstaande ouders dat algemene bijstand ontvangt dat na 1 januari 2009 in deeltijd werkzaam zal zijn;
6° de omvang van de dienstbetrekkingen die alleenstaande ouders die algemene bijstand ontvangen op 1 januari 2009 hebben;
7° de omvang van de dienstbetrekkingen die alleenstaande ouders die algemene bijstand ontvangen na 1 januari 2009 zullen hebben;
8° de hoogte, duur en aard van de inkomsten die alleenstaande ouders die algemene bijstand ontvangen na 1 januari 2009 zullen hebben.
2. Indien toepassing van het eerste lid tot gevolg heeft dat het aantal verzoeken dat voor inwilliging in aanmerking komt per categorie gemeenten, bedoeld in artikel 3, zevende lid, onderdeel a, b of c, hoger is dan tien, plaatst Onze Minister de op die gemeenten betrekking hebbende verzoeken in rangorde op basis van de mate waarin de deelname van de desbetreffende gemeente aan een experiment als bedoeld in artikel 3een bijdrage levert aan het doel, genoemd in artikel 2. Toekenning, dan wel afwijzing van verzoeken vindt plaats met inachtneming van deze rangorde en artikel 4.
a. de gemeente met betrekking tot het aantal alleenstaande ouders dat algemene bijstand ontvangt, representatief is voor een Nederlandse gemeente met een vergelijkbaar aantal inwoners;
b. het college voldoende kwantitatieve gegevens kan aanleveren over: 1° het aantal alleenstaande ouders dat algemene bijstand ontvangt;
2° de re-integratieactiviteiten die met betrekking tot de alleenstaande ouders zijn ontplooid;
3° de effecten van de onder 2° bedoelde re-integratieactiviteiten;
4° het aantal alleenstaande ouders dat algemene bijstand ontvangt dat op 1 januari 2009 in deeltijd werkzaam is;
5° het aantal alleenstaande ouders dat algemene bijstand ontvangt dat na 1 januari 2009 in deeltijd werkzaam zal zijn;
6° de omvang van de dienstbetrekkingen die alleenstaande ouders die algemene bijstand ontvangen op 1 januari 2009 hebben;
7° de omvang van de dienstbetrekkingen die alleenstaande ouders die algemene bijstand ontvangen na 1 januari 2009 zullen hebben;
8° de hoogte, duur en aard van de inkomsten die alleenstaande ouders die algemene bijstand ontvangen na 1 januari 2009 zullen hebben.
1° het aantal alleenstaande ouders dat algemene bijstand ontvangt;
2° de re-integratieactiviteiten die met betrekking tot de alleenstaande ouders zijn ontplooid;
3° de effecten van de onder 2° bedoelde re-integratieactiviteiten;
4° het aantal alleenstaande ouders dat algemene bijstand ontvangt dat op 1 januari 2009 in deeltijd werkzaam is;
5° het aantal alleenstaande ouders dat algemene bijstand ontvangt dat na 1 januari 2009 in deeltijd werkzaam zal zijn;
6° de omvang van de dienstbetrekkingen die alleenstaande ouders die algemene bijstand ontvangen op 1 januari 2009 hebben;
7° de omvang van de dienstbetrekkingen die alleenstaande ouders die algemene bijstand ontvangen na 1 januari 2009 zullen hebben;
8° de hoogte, duur en aard van de inkomsten die alleenstaande ouders die algemene bijstand ontvangen na 1 januari 2009 zullen hebben.
2. Indien toepassing van het eerste lid tot gevolg heeft dat het aantal verzoeken dat voor inwilliging in aanmerking komt per categorie gemeenten, bedoeld in artikel 3, zevende lid, onderdeel a, b of c, hoger is dan tien, plaatst Onze Minister de op die gemeenten betrekking hebbende verzoeken in rangorde op basis van de mate waarin de deelname van de desbetreffende gemeente aan een experiment als bedoeld in artikel 3een bijdrage levert aan het doel, genoemd in artikel 2. Toekenning, dan wel afwijzing van verzoeken vindt plaats met inachtneming van deze rangorde en artikel 4.