BWBR0024312
Geldig vanaf 2001-11-01
Artikel 5
Regeling bijzondere bevoegdverklaringen AML
1. Een bijzondere bevoegdverklaring wordt afgegeven, nadat de aanvrager heeft aangetoond te voldoen aan de eisen inzake basiskennis, typekennis en ervaring voor afgifte van die bijzondere bevoegdverklaring. Deze eisen zijn opgenomen in het onderstaande schema:
BasiskennisDe aanvrager toont aan voor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z, AB1T, AB2Z, AB2T, AB3Z, AB3T, CF, CEF, DG, A, B of C, dat het examen voor de bijzondere bevoegdverklaring niet langer dan drie jaar geleden met voldoende resultaat is afgelegd of niet langer dan drie jaar geleden een erkende opleiding voor de bijzondere bevoegdverklaring met voldoende resultaat is gevolgd.
TypekennisDe aanvrager toont aan voor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z, AB2T, AB3Z of AB3T, dat een door de minister geaccepteerde cursus m.b.t. het type luchtvaartuig met inbegrip van de voortstuwingsinstallatie, waarvoor de aanvraag wordt ingediend, met voldoende resultaat is gevolgd. Wanneer een cursus niet meer bestaat of reeds een aantal typecursussen met voldoende resultaat zijn gevolgd, kan de aanvrager voldoende kennis m.b.t. het type luchtvaartuig (incl. de motor) aantonen door met voldoende resultaat een examen af te leggen.
ErvaringDe aanvrager toont aan
a. voor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z, AB1T, AB2Z, AB2T, AB3Z, AB3T, CF, CEF, DG, A, B of C, dat in de drie jaren, onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag, tenminste twee jaren ervaring is verkregen met betrekking tot de werkzaamheden waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring is vereist;
b. voor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z, AB2T, AB3Z of AB3T, dat in het jaar, onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag tenminste zes maanden ervaring is verkregen met betrekking tot het type luchtvaartuig waarvoor de aanvraag wordt ingediend;
c. voor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z, AB1T, AB2Z, AB2T, AB3Z, AB3T, CF, CEF, DG, A, B of C, de werkzaamheden, bedoeld onder a en b, zijn verricht onder toezicht van een bevoegde persoon of erkende onderhoudsorganisatie. Wanneer de aanvrager in deze drie jaren een – tevens op de praktijk gerichte – erkende opleiding voor de bijzondere bevoegdverklaring met voldoende resultaat heeft gevolgd, bedraagt de onder a genoemde ervaring 1 jaar.
2. Wanneer de aanvrager reeds houder is van een AML, zijn in afwijking van het eerste lid, de eisen inzake ervaring van toepassing volgens de onderstaande tabel.
3. De werkzaamheden, bedoeld in artikel 1, derde lid, en artikel 2, tweede lid, worden op de AML vermeld, nadat de aanvrager heeft aangetoond te voldoen aan de eisen die zijn opgenomen in het onderstaande schema:
[tabel]
BasiskennisDe aanvrager toont aan voor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z, AB1T, AB2Z, AB2T, AB3Z, AB3T, CF, CEF, DG, A, B of C, dat het examen voor de bijzondere bevoegdverklaring niet langer dan drie jaar geleden met voldoende resultaat is afgelegd of niet langer dan drie jaar geleden een erkende opleiding voor de bijzondere bevoegdverklaring met voldoende resultaat is gevolgd.
TypekennisDe aanvrager toont aan voor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z, AB2T, AB3Z of AB3T, dat een door de minister geaccepteerde cursus m.b.t. het type luchtvaartuig met inbegrip van de voortstuwingsinstallatie, waarvoor de aanvraag wordt ingediend, met voldoende resultaat is gevolgd. Wanneer een cursus niet meer bestaat of reeds een aantal typecursussen met voldoende resultaat zijn gevolgd, kan de aanvrager voldoende kennis m.b.t. het type luchtvaartuig (incl. de motor) aantonen door met voldoende resultaat een examen af te leggen.
ErvaringDe aanvrager toont aan
a. voor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z, AB1T, AB2Z, AB2T, AB3Z, AB3T, CF, CEF, DG, A, B of C, dat in de drie jaren, onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag, tenminste twee jaren ervaring is verkregen met betrekking tot de werkzaamheden waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring is vereist;
b. voor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z, AB2T, AB3Z of AB3T, dat in het jaar, onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag tenminste zes maanden ervaring is verkregen met betrekking tot het type luchtvaartuig waarvoor de aanvraag wordt ingediend;
c. voor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z, AB1T, AB2Z, AB2T, AB3Z, AB3T, CF, CEF, DG, A, B of C, de werkzaamheden, bedoeld onder a en b, zijn verricht onder toezicht van een bevoegde persoon of erkende onderhoudsorganisatie. Wanneer de aanvrager in deze drie jaren een – tevens op de praktijk gerichte – erkende opleiding voor de bijzondere bevoegdverklaring met voldoende resultaat heeft gevolgd, bedraagt de onder a genoemde ervaring 1 jaar.
2. Wanneer de aanvrager reeds houder is van een AML, zijn in afwijking van het eerste lid, de eisen inzake ervaring van toepassing volgens de onderstaande tabel.
3. De werkzaamheden, bedoeld in artikel 1, derde lid, en artikel 2, tweede lid, worden op de AML vermeld, nadat de aanvrager heeft aangetoond te voldoen aan de eisen die zijn opgenomen in het onderstaande schema:
[tabel]