BWBR0024312
Geldig vanaf 2001-11-01
Artikel 4
Regeling bijzondere bevoegdverklaringen AML
1. De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z, is tevens bevoegd werkzaamheden te verrichten waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring B vereist is.
2. De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z, is tevens bevoegd werkzaamheden te verrichten waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z en B vereist zijn.
3. De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2T, is tevens bevoegd werkzaamheden te verrichten waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB1T vereist is.
4. De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z voor een type vliegtuig zonder drukcabine met een niet intrekbaar onderstel, is bevoegd werkzaamheden waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z vereist is, te verrichten aan alle vliegtuigen van de klasse 2Z zonder drukcabine met een niet intrekbaar onderstel.
5. De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z voor een type vliegtuig zonder drukcabine met een intrekbaar onderstel, is bevoegd werkzaamheden waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z vereist is, te verrichten aan alle vliegtuigen van de klasse 2Z zonder drukcabine.
6. De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z voor een meermotorig vliegtuig met drukcabine, is bevoegd werkzaamheden waarvoor een bijzondere bevoegdverklaring AB2Z vereist is, te verrichten aan alle vliegtuigen van de klasse 2Z van dezelfde fabrikant en alle overige vliegtuigen van de klasse 2Z zonder drukcabine.
7. De houder van een AML met een bijzondere bevoegdverklaring als bedoeld in artikel 1of artikel 2, eerste lid, mits voorzien van een bijzondere bevoegdverklaring A en B dan wel C, is bevoegd dezelfde werkzaamheden, als waartoe de desbetreffende bijzondere bevoegdverklaring strekt, te verrichten aan een MLA.
8. De houder van een AML met een bijzondere bevoegdverklaring AB als bedoeld in artikel 1of met de bijzondere bevoegdverklaringen A en B, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is bevoegd tot het mede ondertekenen van de verklaring als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Regeling MLA’s.
2. De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z, is tevens bevoegd werkzaamheden te verrichten waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z en B vereist zijn.
3. De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2T, is tevens bevoegd werkzaamheden te verrichten waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB1T vereist is.
4. De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z voor een type vliegtuig zonder drukcabine met een niet intrekbaar onderstel, is bevoegd werkzaamheden waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z vereist is, te verrichten aan alle vliegtuigen van de klasse 2Z zonder drukcabine met een niet intrekbaar onderstel.
5. De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z voor een type vliegtuig zonder drukcabine met een intrekbaar onderstel, is bevoegd werkzaamheden waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z vereist is, te verrichten aan alle vliegtuigen van de klasse 2Z zonder drukcabine.
6. De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z voor een meermotorig vliegtuig met drukcabine, is bevoegd werkzaamheden waarvoor een bijzondere bevoegdverklaring AB2Z vereist is, te verrichten aan alle vliegtuigen van de klasse 2Z van dezelfde fabrikant en alle overige vliegtuigen van de klasse 2Z zonder drukcabine.
7. De houder van een AML met een bijzondere bevoegdverklaring als bedoeld in artikel 1of artikel 2, eerste lid, mits voorzien van een bijzondere bevoegdverklaring A en B dan wel C, is bevoegd dezelfde werkzaamheden, als waartoe de desbetreffende bijzondere bevoegdverklaring strekt, te verrichten aan een MLA.
8. De houder van een AML met een bijzondere bevoegdverklaring AB als bedoeld in artikel 1of met de bijzondere bevoegdverklaringen A en B, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is bevoegd tot het mede ondertekenen van de verklaring als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Regeling MLA’s.