BWBR0024283
Geldig vanaf 2008-07-29
Artikel 6
Mandaatbesluit Personele- en Financiële Aangelegenheden Directeuren 2008 van 26 juni 2008
1. De directeuren, Hoofd BOH en Hoofd PIM, zijn, met inachtneming van het hiervoor bepaalde in artikel 4, tot een maximum van € 300.000 en, in geval van het aangaan van verplichtingen boven € 15.000 na raadpleging van de afdeling Inkoop, bevoegd om financiële verplichtingen aan te gaan, met inachtneming van het in het managementcontract toegekende budget en, acht slaande op het bepaalde in lid 2, het aan hen toegekende deel van het projectenbudget.
De PM INDIGO heeft, eveneens met inachtneming van het bepaalde in artikel 4en evenals de directeuren rekening houdend met de hiervoor omschreven verplichting tot raadpleging van de afdeling Inkoop met betrekking tot verplichtingen boven de € 15.000, de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen tot een maximum van € 100.000
2. Het mandaat als bedoeld in lid 1 omvat niet de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het inhuren van externen op het gebied van ICT ten behoeve van ICT-projecten. Voor het inhuren van deze externen zijn de directeur van het Gemeenschappelijk Centrum ICT, het Hoofd PIM en de PM INDIGO bevoegd om, met inachtneming van het projectenbudget, financiële verplichtingen aan te gaan.
3. Het mandaat als bedoeld in lid 1 omvat voor de andere directeuren dan de directeur GCICT, respectievelijk Hoofd BOH en Hoofd PIM niet de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het aanschaffen van ICT-apparatuur en ICT-software. De directeur van het Gemeenschappelijk Centrum ICT en de PM INDIGO zijn bevoegd om ter zake van ICT-apparatuur en ICT-software, in het kader van de overeengekomen dienstverlening aan de andere onderdelen van de IND de hierop betrekking hebbende financiële verplichtingen aan te gaan.
4. Het mandaat als bedoeld in lid 1 omvat niet de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het huren van panden. Deze bevoegdheid blijft bij de hoofddirectie.
De PM INDIGO heeft, eveneens met inachtneming van het bepaalde in artikel 4en evenals de directeuren rekening houdend met de hiervoor omschreven verplichting tot raadpleging van de afdeling Inkoop met betrekking tot verplichtingen boven de € 15.000, de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen tot een maximum van € 100.000
2. Het mandaat als bedoeld in lid 1 omvat niet de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het inhuren van externen op het gebied van ICT ten behoeve van ICT-projecten. Voor het inhuren van deze externen zijn de directeur van het Gemeenschappelijk Centrum ICT, het Hoofd PIM en de PM INDIGO bevoegd om, met inachtneming van het projectenbudget, financiële verplichtingen aan te gaan.
3. Het mandaat als bedoeld in lid 1 omvat voor de andere directeuren dan de directeur GCICT, respectievelijk Hoofd BOH en Hoofd PIM niet de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het aanschaffen van ICT-apparatuur en ICT-software. De directeur van het Gemeenschappelijk Centrum ICT en de PM INDIGO zijn bevoegd om ter zake van ICT-apparatuur en ICT-software, in het kader van de overeengekomen dienstverlening aan de andere onderdelen van de IND de hierop betrekking hebbende financiële verplichtingen aan te gaan.
4. Het mandaat als bedoeld in lid 1 omvat niet de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het huren van panden. Deze bevoegdheid blijft bij de hoofddirectie.