BWBR0024283
Geldig vanaf 2008-07-29
Artikel 3
Mandaatbesluit Personele- en Financiële Aangelegenheden Directeuren 2008 van 26 juni 2008
1. De programmadirecteur is bevoegd de Hoofddirecteur IND gevraagd en ongevraagd te adviseren over de uitvoering van het programma en eventueel te nemen maatregelen ter inhoudelijke bijsturing van de uitvoering van de projecten.
2. De programmadirecteur is bevoegd namens de Hoofddirecteur IND audits en evaluaties uit te (laten) voeren met betrekking tot de verschillende projecten die onder verantwoordelijkheid van de directeuren van de IND binnen het programma worden uitgevoerd. Deze audits en evaluaties zijn gericht op de bewaking van de toepassing van de door het programmabureau geformuleerde kwaliteitscriteria, de doelstelling, de samenhang tussen projecten, de projectenplanning en de kwaliteitsborging in het programmaten aanzien van methodiek, de communicatie, de samenwerking en de benchmarking.
3. De programmadirecteur is bevoegd de plannen van aanpak voor de onder verantwoordelijkheid van de directeuren uit te voeren specifieke projecten, met inbegrip van het daarbij behorende budgetvoorstel, te toetsen alvorens die plannen van aanpak door de directeuren ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Hoofddirecteur IND.
4. De programmadirecteur is bevoegd namens de Hoofddirecteur IND de op initiatief van de directeuren zelf voorgestelde projecten, waaraan altijd een budgetvoorstel gehecht dient zijn, te toetsen op de bijdrage aan het programma ‘IND bij de tijd’ en op de samenhang met de overige projecten in het programma.
5. De programmadirecteur is bevoegd namens de Hoofddirecteur IND de periodieke voortgangsrapportages van de directeuren over de onder hun verantwoordelijkheid uitgevoerde projecten te toetsen, teneinde de integrale rapportage aan de hoofddirectie over de voortgang van het programma met inbegrip van de budgetuitputting te kunnen verzorgen.
6. De programmadirecteur is bevoegd de conceptrapportages aan de Hoofddirecteur IND ter bespreking voor te leggen aan het Managementteam IND.
7. De programmadirecteur is bevoegd de door de directeuren opgestelde voorstellen voor eventuele verschuivingen in de toegekende projectbudgetten te toetsen, alvorens die ter goedkeuring aan de Hoofddirecteur IND worden voorgelegd, teneinde ten behoeve van de Hoofddirecteur IND de budgetuitputting te bewaken.
8. De programmadirecteur is bevoegd maatregelen te nemen en contacten te onderhouden met betrekking tot de interne en externe communicatie over het totale programma en voor het organiseren van de participatie bij de uitvoering van het programma.
2. De programmadirecteur is bevoegd namens de Hoofddirecteur IND audits en evaluaties uit te (laten) voeren met betrekking tot de verschillende projecten die onder verantwoordelijkheid van de directeuren van de IND binnen het programma worden uitgevoerd. Deze audits en evaluaties zijn gericht op de bewaking van de toepassing van de door het programmabureau geformuleerde kwaliteitscriteria, de doelstelling, de samenhang tussen projecten, de projectenplanning en de kwaliteitsborging in het programmaten aanzien van methodiek, de communicatie, de samenwerking en de benchmarking.
3. De programmadirecteur is bevoegd de plannen van aanpak voor de onder verantwoordelijkheid van de directeuren uit te voeren specifieke projecten, met inbegrip van het daarbij behorende budgetvoorstel, te toetsen alvorens die plannen van aanpak door de directeuren ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Hoofddirecteur IND.
4. De programmadirecteur is bevoegd namens de Hoofddirecteur IND de op initiatief van de directeuren zelf voorgestelde projecten, waaraan altijd een budgetvoorstel gehecht dient zijn, te toetsen op de bijdrage aan het programma ‘IND bij de tijd’ en op de samenhang met de overige projecten in het programma.
5. De programmadirecteur is bevoegd namens de Hoofddirecteur IND de periodieke voortgangsrapportages van de directeuren over de onder hun verantwoordelijkheid uitgevoerde projecten te toetsen, teneinde de integrale rapportage aan de hoofddirectie over de voortgang van het programma met inbegrip van de budgetuitputting te kunnen verzorgen.
6. De programmadirecteur is bevoegd de conceptrapportages aan de Hoofddirecteur IND ter bespreking voor te leggen aan het Managementteam IND.
7. De programmadirecteur is bevoegd de door de directeuren opgestelde voorstellen voor eventuele verschuivingen in de toegekende projectbudgetten te toetsen, alvorens die ter goedkeuring aan de Hoofddirecteur IND worden voorgelegd, teneinde ten behoeve van de Hoofddirecteur IND de budgetuitputting te bewaken.
8. De programmadirecteur is bevoegd maatregelen te nemen en contacten te onderhouden met betrekking tot de interne en externe communicatie over het totale programma en voor het organiseren van de participatie bij de uitvoering van het programma.