BWBR0024254
Geldig vanaf 2008-09-01
Artikel 5
Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied verloskundige 2008
1. Tot het gebied van deskundigheid van de verloskundige wordt gerekend het verrichten van handelingen op het gebied van de verloskunst en andere handelingen, gericht op een optimale uitkomst van de zwangerschap, het bevorderen en bewaken van het natuurlijke verloop van de zwangerschap, de bevalling en het kraambed, alsmede op het voorkomen van afwijkingen bij de vrouw of het kind, door het inschatten van het verloskundige risico bij een vrouw gedurende haar zwangerschap, bevalling en kraambed, het vertalen van het verloskundige risico in verloskundig beleid en het op basis daarvan verlenen van raad en bijstand, alsmede het daar waar nodig consulteren van dan wel verwijzen naar een arts.
2. Tot de handelingen op het gebied van de verloskunst, bedoeld in het eerste lid, behoren het:
a. medisch begeleiden van de zwangerschap en de bevalling, van de geboorte van de placenta, van de eerste ontwikkelingen van het kind en van het herstel van de vrouw gedurende het kraambed;
b. verrichten van vaginaal onderzoek zonder apparatuur dan wel met behulp van bij regeling van Onze Minister aangewezen apparatuur;
c. opheffen van liggingsafwijkingen door uitwendige handgrepen;
d. verrichten van amniotomie tijdens de bevalling.
3. Tot de andere handelingen, bedoeld in het eerste lid, behoren het:
a. psychologisch begeleiden van de vrouw gedurende haar zwangerschap, bevalling en kraambed;
b. aan de vrouw of het kind voorschrijven dan wel voorschrijven en toedienen van bij regeling van Onze Minister aangewezen geneesmiddelen of medische hulpmiddelen;
c. verrichten van episiotomieën of het hechten van laesie van perineum of labium, al dan niet gepaard gaande met het toepassen van lokale anesthesie door bij regeling van Onze Minister aangewezen middelen;
d. ten behoeve van onderzoek bij de vrouw afnemen van bloed al dan niet door middel van een punctie;
e. ten behoeve van onderzoek bij de vrouw afnemen van materiaal van de cervix en vagina ten behoeve van een cytologisch preparaat of kweek;
f. ten behoeve van onderzoek bij het kind afnemen van bloed door middel van een punctie in de hiel;
g. bij de vrouw afnemen van urine door middel van catheterisatie;
h. verrichten of laten verrichten van laboratoriumonderzoek;
i. adviseren van de vrouw over haar levenswijze gedurende de zwangerschap;
j. geven van voedingsadviezen aan de vrouw of ten behoeve van het kind, waaronder het adviseren over borstvoeding;
k. geven van voorlichting aan en counselen van de vrouw en, in voorkomende gevallen, haar partner over de mogelijkheden tot prenatale en neonatale screening alsmede prenatale diagnostiek;
l. stellen van de indicatie voor prenatale diagnostiek;
m. adviseren van de vrouw en, in voorkomende gevallen, haar partner met betrekking tot anticonceptie en gezinsplanning;
n. reanimeren van de pasgeborene;
o. optreden bij acute shock of fluxus postpartum, waaronder wordt begrepen het intraveneus inbrengen van een infuus en het door middel van een infuus dan wel door middel van een intraveneuze injectie toedienen van bij regeling van Onze Minister aangewezen geneesmiddelen.
2. Tot de handelingen op het gebied van de verloskunst, bedoeld in het eerste lid, behoren het:
a. medisch begeleiden van de zwangerschap en de bevalling, van de geboorte van de placenta, van de eerste ontwikkelingen van het kind en van het herstel van de vrouw gedurende het kraambed;
b. verrichten van vaginaal onderzoek zonder apparatuur dan wel met behulp van bij regeling van Onze Minister aangewezen apparatuur;
c. opheffen van liggingsafwijkingen door uitwendige handgrepen;
d. verrichten van amniotomie tijdens de bevalling.
3. Tot de andere handelingen, bedoeld in het eerste lid, behoren het:
a. psychologisch begeleiden van de vrouw gedurende haar zwangerschap, bevalling en kraambed;
b. aan de vrouw of het kind voorschrijven dan wel voorschrijven en toedienen van bij regeling van Onze Minister aangewezen geneesmiddelen of medische hulpmiddelen;
c. verrichten van episiotomieën of het hechten van laesie van perineum of labium, al dan niet gepaard gaande met het toepassen van lokale anesthesie door bij regeling van Onze Minister aangewezen middelen;
d. ten behoeve van onderzoek bij de vrouw afnemen van bloed al dan niet door middel van een punctie;
e. ten behoeve van onderzoek bij de vrouw afnemen van materiaal van de cervix en vagina ten behoeve van een cytologisch preparaat of kweek;
f. ten behoeve van onderzoek bij het kind afnemen van bloed door middel van een punctie in de hiel;
g. bij de vrouw afnemen van urine door middel van catheterisatie;
h. verrichten of laten verrichten van laboratoriumonderzoek;
i. adviseren van de vrouw over haar levenswijze gedurende de zwangerschap;
j. geven van voedingsadviezen aan de vrouw of ten behoeve van het kind, waaronder het adviseren over borstvoeding;
k. geven van voorlichting aan en counselen van de vrouw en, in voorkomende gevallen, haar partner over de mogelijkheden tot prenatale en neonatale screening alsmede prenatale diagnostiek;
l. stellen van de indicatie voor prenatale diagnostiek;
m. adviseren van de vrouw en, in voorkomende gevallen, haar partner met betrekking tot anticonceptie en gezinsplanning;
n. reanimeren van de pasgeborene;
o. optreden bij acute shock of fluxus postpartum, waaronder wordt begrepen het intraveneus inbrengen van een infuus en het door middel van een infuus dan wel door middel van een intraveneuze injectie toedienen van bij regeling van Onze Minister aangewezen geneesmiddelen.