BWBR0024237
Geldig vanaf 2015-09-05
Artikel 7
Regeling aanvullende bekostiging nevenvestiging, nieuwe scholen en samenvoeging vo
1. Het bevoegd gezag van de nieuwe school kan op grond van artikel 85a, tweede lid van de W.V.O., een aanvraag indienen voor een aanvullende bekostiging vanwege leerlingengroei.
2.De leerlingengroei wordt vastgesteld door het verschil te berekenen tussen het aantal geprognosticeerde leerlingen in het lopende schooljaar en het aantal leerlingen op 1 oktober van jaar t-1.
3. De aanvullende bekostiging wordt vastgesteld door het in het tweede lid berekende aantal leerlingen te vermenigvuldigen met een bedrag per leerling. De uitkomst wordt vervolgens vermenigvuldigd met 32% omdat de bekostiging betrekking heeft op de laatste vijf maanden van het kalenderjaar. De in de vorige volzin bedoelde bekostiging wordt in december van het lopende schooljaar vastgesteld op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober en uiterlijk in de maand december van het daaropvolgende schooljaar gewijzigd vastgesteld op basis van het definitieve aantal leerlingen dat op 1 oktober in het voorafgaande schooljaar staat ingeschreven bij de school.
4. De in het eerste lid vermelde aanvraag kan betrekking hebben op het tweede schooljaar of volgende schooljaren tot en met het schooljaar waarin de school volgroeid is (tot en met het examen vmbo, havo, vwo, afhankelijk van de toegestane schoolsoorten in het kader van de voorzieningenplanning). Op het moment dat de school volgroeid is (examenjaar gevuld) vervalt deze uitzonderingspositie.
5. De aanvraag wordt bij de Minister ingediend en gehonoreerd afhankelijk van een beoordeling van de financiële positie van het bevoegd gezag van de nieuwe school aan de hand van de jaarrekening over het voorafgaande kalenderjaar. De financiële positie wordt vastgesteld aan de hand van de gebruikelijke kengetallen, zoals weerstandsvermogen, liquiditeit etc.
2.De leerlingengroei wordt vastgesteld door het verschil te berekenen tussen het aantal geprognosticeerde leerlingen in het lopende schooljaar en het aantal leerlingen op 1 oktober van jaar t-1.
3. De aanvullende bekostiging wordt vastgesteld door het in het tweede lid berekende aantal leerlingen te vermenigvuldigen met een bedrag per leerling. De uitkomst wordt vervolgens vermenigvuldigd met 32% omdat de bekostiging betrekking heeft op de laatste vijf maanden van het kalenderjaar. De in de vorige volzin bedoelde bekostiging wordt in december van het lopende schooljaar vastgesteld op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober en uiterlijk in de maand december van het daaropvolgende schooljaar gewijzigd vastgesteld op basis van het definitieve aantal leerlingen dat op 1 oktober in het voorafgaande schooljaar staat ingeschreven bij de school.
4. De in het eerste lid vermelde aanvraag kan betrekking hebben op het tweede schooljaar of volgende schooljaren tot en met het schooljaar waarin de school volgroeid is (tot en met het examen vmbo, havo, vwo, afhankelijk van de toegestane schoolsoorten in het kader van de voorzieningenplanning). Op het moment dat de school volgroeid is (examenjaar gevuld) vervalt deze uitzonderingspositie.
5. De aanvraag wordt bij de Minister ingediend en gehonoreerd afhankelijk van een beoordeling van de financiële positie van het bevoegd gezag van de nieuwe school aan de hand van de jaarrekening over het voorafgaande kalenderjaar. De financiële positie wordt vastgesteld aan de hand van de gebruikelijke kengetallen, zoals weerstandsvermogen, liquiditeit etc.