BWBR0024237
Geldig vanaf 2015-09-05
Artikel 2
Regeling aanvullende bekostiging nevenvestiging, nieuwe scholen en samenvoeging vo
1. De Minister verstrekt, ter uitvoering van artikel III, achtste lid, van de Wet tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen, aan het bevoegd gezag van een school per kalenderjaar aanvullende bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten ten behoeve van een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak die is gevormd voor 1 augustus 2008.
2. Er is sprake van een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak indien:
a. de nevenvestiging hemelsbreed 10 kilometer of meer is verwijderd van een vestiging van een school waaraan hetzelfde verlangd onderwijs en dezelfde schoolsoort wordt aangeboden, en
b. aan de nevenvestiging van een school voor praktijkonderwijs 80 leerlingen, bij overige scholen 120 leerlingen of meer ingeschreven staan op 1 oktober voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft.
3. De aanvullende bekostiging als bedoeld in het eerste lid wordt niet meer verstrekt indien het aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft voor het praktijkonderwijs minder dan 80 leerlingen, bij de overige scholen minder dan 120 leerlingen bedraagt. Het recht herleeft indien er weer wordt voldaan aan het vereiste aantal leerlingen.
4. Op of na 1 augustus 2008 gevormde nevenvestigingen vallen niet meer binnen de begripsbepaling van nevenvestigingen met spreidingsnoodzaak en komen niet in aanmerking voor de in het eerste lid vermelde aanvullende bekostiging.
2. Er is sprake van een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak indien:
a. de nevenvestiging hemelsbreed 10 kilometer of meer is verwijderd van een vestiging van een school waaraan hetzelfde verlangd onderwijs en dezelfde schoolsoort wordt aangeboden, en
b. aan de nevenvestiging van een school voor praktijkonderwijs 80 leerlingen, bij overige scholen 120 leerlingen of meer ingeschreven staan op 1 oktober voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft.
3. De aanvullende bekostiging als bedoeld in het eerste lid wordt niet meer verstrekt indien het aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft voor het praktijkonderwijs minder dan 80 leerlingen, bij de overige scholen minder dan 120 leerlingen bedraagt. Het recht herleeft indien er weer wordt voldaan aan het vereiste aantal leerlingen.
4. Op of na 1 augustus 2008 gevormde nevenvestigingen vallen niet meer binnen de begripsbepaling van nevenvestigingen met spreidingsnoodzaak en komen niet in aanmerking voor de in het eerste lid vermelde aanvullende bekostiging.