BWBR0024235
Geldig vanaf 2021-06-03
Artikel 1:4b
Algemeen douanebesluit
De inspecteur legt vast:
a. de tijdvakken waarin de camera’s waarbij persoonsgegevens kunnen worden verwerkt worden gebruikt voor de taken en de doelen, bedoeld in de artikelen 1:23a tot en met 1:23f van de Algemene douanewet;
b. de namen van de ambtenaren die de camerabeelden waarbij persoonsgegevens kunnen worden verwerkt inzien en het tijdvak, bedoeld in onderdeel a, waarin;
c. het aantal gevallen en de aanleiding waarbij de persoonsgegevens zijn gebruikt voor het identificeren van natuurlijke personen voor de persoonlijke veiligheid van een ambtenaar of zijn directe omgeving, bedoeld in artikel 1:23a, derde lid, van de Algemene douanewet, en wat met die persoonsgegevens is gedaan;
d. de dringende gevallen waarvoor toestemming is gevraagd, bedoeld in artikel 1:23a, vierde lid, onderdeel d, van de Algemene douanewet, onder vermelding van de reden, waar de camera’s op werden gericht dan wel in of op welke locaties deze werden ingezet en de resultaten van het gebruik van die camera’s;
e. welke beveiligingsmaatregelen als bedoeld in artikel 1:23g, eerste lid, van de Algemene douanewet zijn genomen;
f. welke ambtenaren zijn gemandateerd als bedoeld in artikel 1:23g, eerste lid, van de Algemene douanewet;
g. het tijdstip en de wijze van vernietiging van de persoonsgegevens die zijn verkregen met camera’s, bedoeld in artikel 1:23g, derde lid, van de Algemene douanewet;
h. indien de persoonsgegevens die zijn verkregen met camera’s niet binnen vier weken nadat ze zijn verkregen zijn vernietigd, de reden waarom en een verwijzing naar het daarbij behorende dossier;
i. indien ingevolge een bij of krachtens de wet bestaande verplichting de persoonsgegevens die zijn verkregen met camera’s zijn verstrekt, aan wie deze zijn verstrekt onder vermelding van de grondslag daarvan;
j. de eventuele inbreuken op de wet- en regelgeving, die zich hebben voorgedaan ten aanzien van het gebruik van camera’s waarbij persoonsgegevens worden verwerkt.
a. de tijdvakken waarin de camera’s waarbij persoonsgegevens kunnen worden verwerkt worden gebruikt voor de taken en de doelen, bedoeld in de artikelen 1:23a tot en met 1:23f van de Algemene douanewet;
b. de namen van de ambtenaren die de camerabeelden waarbij persoonsgegevens kunnen worden verwerkt inzien en het tijdvak, bedoeld in onderdeel a, waarin;
c. het aantal gevallen en de aanleiding waarbij de persoonsgegevens zijn gebruikt voor het identificeren van natuurlijke personen voor de persoonlijke veiligheid van een ambtenaar of zijn directe omgeving, bedoeld in artikel 1:23a, derde lid, van de Algemene douanewet, en wat met die persoonsgegevens is gedaan;
d. de dringende gevallen waarvoor toestemming is gevraagd, bedoeld in artikel 1:23a, vierde lid, onderdeel d, van de Algemene douanewet, onder vermelding van de reden, waar de camera’s op werden gericht dan wel in of op welke locaties deze werden ingezet en de resultaten van het gebruik van die camera’s;
e. welke beveiligingsmaatregelen als bedoeld in artikel 1:23g, eerste lid, van de Algemene douanewet zijn genomen;
f. welke ambtenaren zijn gemandateerd als bedoeld in artikel 1:23g, eerste lid, van de Algemene douanewet;
g. het tijdstip en de wijze van vernietiging van de persoonsgegevens die zijn verkregen met camera’s, bedoeld in artikel 1:23g, derde lid, van de Algemene douanewet;
h. indien de persoonsgegevens die zijn verkregen met camera’s niet binnen vier weken nadat ze zijn verkregen zijn vernietigd, de reden waarom en een verwijzing naar het daarbij behorende dossier;
i. indien ingevolge een bij of krachtens de wet bestaande verplichting de persoonsgegevens die zijn verkregen met camera’s zijn verstrekt, aan wie deze zijn verstrekt onder vermelding van de grondslag daarvan;
j. de eventuele inbreuken op de wet- en regelgeving, die zich hebben voorgedaan ten aanzien van het gebruik van camera’s waarbij persoonsgegevens worden verwerkt.