De overeenkomst, bedoeld in
artikel 1:23a, zesde lid, van de Algemene douanewet, niet zijnde een overeenkomst als bedoeld in artikel 28, derde lid, van de Verordening (EU) 2016/679van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG(algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119), regelt in ieder geval:
a. de wijze waarop en de mate waarin de inspecteur over de camera waarbij persoonsgegevens worden verwerkt kan beschikken;
b. welke passende algemeen aanvaarde beveiligingsmaatregelen als bedoeld in artikel 1:23g, eerste lid, van de Algemene douanewet worden getroffen met betrekking tot: 1°. de fysieke toegang van de gemandateerden, bedoeld in dat lid, tot de ruimte waarin de camerabeelden kunnen worden bekeken; of
2°. de overdracht van de camerabeelden aan de inspecteur;
1°. de fysieke toegang van de gemandateerden, bedoeld in dat lid, tot de ruimte waarin de camerabeelden kunnen worden bekeken; of
2°. de overdracht van de camerabeelden aan de inspecteur;
c. de procedures bij wijzigingen in apparatuur, software of procedures die betrekking hebben op het verlenen van toegang dan wel overdracht van de camerabeelden aan de inspecteur;
d. op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan artikel 1:23g, tweede lid, van de Algemene douanewet;
e. de medewerking aan de audit, bedoeld in artikel 1:23g, vierde lid, van de Algemene douanewet.