Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
– grondtijd: elke tijdsduur binnen de vliegdienstperiode die geen deel uitmaakt van de bloktijd;
– verordening: bijlage III van verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart (PbEG L 373);
– bloktijd: bloktijd als bedoeld in onderdeel 1.1095 van de verordening;
– thuisbasis: thuisbasis als bedoeld in onderdeel 1.1095 van de verordening;
– besluit: Arbeidstijdenbesluit vervoer;
– horizontale rustgelegenheid: een deugdelijke accommodatie aan boord van het luchtvaartuig die is afgeschermd van zowel de cockpit als het passagiersgedeelte en kan worden verduisterd, en waarin horizontale rust kan worden genoten;
– zitplaats klasse A: een zitplaats buiten de cockpit die ten minste even breed is als een economy class stoel, meer pitch heeft dan een economy class stoel, minimaal 40° recline en een volledig geïntegreerde steun aan benen en voeten geeft, en met ingang van 1 april 2009 is afgeschermd van de passagiers door ten minste een gordijn;
– zitplaats klasse B: een economy class passagiersstoel, buiten de cockpit, en met ingang van 1 april 2009 afgeschermd van de passagiers door ten minste een gordijn; indien deze zitplaats zich in het passagiersgedeelte bevindt, wordt een naastgelegen zitplaats die niet gescheiden is door een gangpad, enkel bezet door een ander lid van het boordpersoneel;
– cumulatieve diensturen: uren als bedoeld in onderdeel 1.1100 van de verordening.
– grondtijd: elke tijdsduur binnen de vliegdienstperiode die geen deel uitmaakt van de bloktijd;
– verordening: bijlage III van verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart (PbEG L 373);
– bloktijd: bloktijd als bedoeld in onderdeel 1.1095 van de verordening;
– thuisbasis: thuisbasis als bedoeld in onderdeel 1.1095 van de verordening;
– besluit: Arbeidstijdenbesluit vervoer;
– horizontale rustgelegenheid: een deugdelijke accommodatie aan boord van het luchtvaartuig die is afgeschermd van zowel de cockpit als het passagiersgedeelte en kan worden verduisterd, en waarin horizontale rust kan worden genoten;
– zitplaats klasse A: een zitplaats buiten de cockpit die ten minste even breed is als een economy class stoel, meer pitch heeft dan een economy class stoel, minimaal 40° recline en een volledig geïntegreerde steun aan benen en voeten geeft, en met ingang van 1 april 2009 is afgeschermd van de passagiers door ten minste een gordijn;
– zitplaats klasse B: een economy class passagiersstoel, buiten de cockpit, en met ingang van 1 april 2009 afgeschermd van de passagiers door ten minste een gordijn; indien deze zitplaats zich in het passagiersgedeelte bevindt, wordt een naastgelegen zitplaats die niet gescheiden is door een gangpad, enkel bezet door een ander lid van het boordpersoneel;
– cumulatieve diensturen: uren als bedoeld in onderdeel 1.1100 van de verordening.