BWBR0024146
Geldig vanaf 2008-07-10
Artikel 9
Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart
1. Er is een adviescommissie innovatie binnenvaart, die adviseert over de aanvragen voor subsidieverlening voor grote projecten.
2. De adviescommissie bestaat uit vier leden, waaronder de voorzitter, die deskundig zijn op het terrein van de binnenvaart en die niet werkzaam zijn bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
3. De leden, van wie één voorgedragen door het bestuur van het Expertise- en Innovatiecentrum Binnenvaart, worden door de Minister voor een termijn van ten hoogste vier jaren benoemd. De leden zijn een keer herbenoembaar.
4. De leden van de adviescommissie nemen niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies indien zij een persoonlijk belang hebben bij de ingediende aanvraag.
5. De adviescommissie stelt een reglement van orde op dat instemming van de Minister behoeft.
6. De Minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de adviescommissie bij te wonen.
7. De adviescommissie stelt jaarlijks uiterlijk voor 1 februari een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Het jaarverslag wordt aan de Minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.
8. De bescheiden van de adviescommissie worden na beëindiging van haar werkzaamheden opgenomen in het archief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
2. De adviescommissie bestaat uit vier leden, waaronder de voorzitter, die deskundig zijn op het terrein van de binnenvaart en die niet werkzaam zijn bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
3. De leden, van wie één voorgedragen door het bestuur van het Expertise- en Innovatiecentrum Binnenvaart, worden door de Minister voor een termijn van ten hoogste vier jaren benoemd. De leden zijn een keer herbenoembaar.
4. De leden van de adviescommissie nemen niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies indien zij een persoonlijk belang hebben bij de ingediende aanvraag.
5. De adviescommissie stelt een reglement van orde op dat instemming van de Minister behoeft.
6. De Minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de adviescommissie bij te wonen.
7. De adviescommissie stelt jaarlijks uiterlijk voor 1 februari een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Het jaarverslag wordt aan de Minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.
8. De bescheiden van de adviescommissie worden na beëindiging van haar werkzaamheden opgenomen in het archief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.