BWBR0024064
Geldig vanaf 2008-07-01
Artikel 18
Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten politie
1. Bij gebruik van vliegtuig, boot en openbaar vervoer worden de reiskosten die in verband met de dienstreis noodzakelijkerwijs zijn gemaakt op basis van de overgelegde bewijsstukken vergoed.
2. Onverminderd het derde lid, onderdelen a en b, mag in het geval van een vliegreis enkel gebruik worden gemaakt van businessclass indien sprake is van een rechtstreekse vlucht van langer dan zes uur en er geen sprake is van reizen in het kader van een opleiding, training of stage.
3. Bij gebruik van een vliegtuig, boot of openbaar vervoer mag als volgt worden gereisd:
a. een vliegreis binnen Europa: in economy class;
b. een vliegreis buiten Europa: in economy comfort class of daarmee vergelijkbare reisklasse, waartoe in ieder geval worden gerekend economy plus en premium economy;
c. bij gebruik van een boot of openbaar vervoer met vervoerklassen: de hoogste klasse.
4. Indien het dienstbelang of de reisomstandigheden daartoe aanleiding geven, worden tevens als reiskosten vergoed:
a. toeslag voor bijzondere treinen;
b. plaatsreserveringskosten in treinen;
c. kosten voor het gebruik van een slaapwagen;
d. kosten voor slaapgelegenheid op een boot;
e. extra kosten voor bagage;
f. kosten van het vervoer van het station, de haven of het vliegveld van aankomst naar de plaats van bestemming op de heen- en terugreis;
g. kosten van luchthavenrechten;
h. kosten voor het verkrijgen van een voor de dienstreis noodzakelijk visum.
5. Ingeval de economy comfort class of daarmee vergelijkbare vervoersklasse als bedoeld in het derde lid, onder b, niet beschikbaar is, mag worden gereisd in de naast hogere vervoersklasse.
6. In afwijking van het derde lid, onder b, en het vijfde lid, kan het bevoegd gezag met redenen omkleed toestemming verlenen om te reizen in de naast hogere vervoersklasse dan wel in business class.
2. Onverminderd het derde lid, onderdelen a en b, mag in het geval van een vliegreis enkel gebruik worden gemaakt van businessclass indien sprake is van een rechtstreekse vlucht van langer dan zes uur en er geen sprake is van reizen in het kader van een opleiding, training of stage.
3. Bij gebruik van een vliegtuig, boot of openbaar vervoer mag als volgt worden gereisd:
a. een vliegreis binnen Europa: in economy class;
b. een vliegreis buiten Europa: in economy comfort class of daarmee vergelijkbare reisklasse, waartoe in ieder geval worden gerekend economy plus en premium economy;
c. bij gebruik van een boot of openbaar vervoer met vervoerklassen: de hoogste klasse.
4. Indien het dienstbelang of de reisomstandigheden daartoe aanleiding geven, worden tevens als reiskosten vergoed:
a. toeslag voor bijzondere treinen;
b. plaatsreserveringskosten in treinen;
c. kosten voor het gebruik van een slaapwagen;
d. kosten voor slaapgelegenheid op een boot;
e. extra kosten voor bagage;
f. kosten van het vervoer van het station, de haven of het vliegveld van aankomst naar de plaats van bestemming op de heen- en terugreis;
g. kosten van luchthavenrechten;
h. kosten voor het verkrijgen van een voor de dienstreis noodzakelijk visum.
5. Ingeval de economy comfort class of daarmee vergelijkbare vervoersklasse als bedoeld in het derde lid, onder b, niet beschikbaar is, mag worden gereisd in de naast hogere vervoersklasse.
6. In afwijking van het derde lid, onder b, en het vijfde lid, kan het bevoegd gezag met redenen omkleed toestemming verlenen om te reizen in de naast hogere vervoersklasse dan wel in business class.