BWBR0023974
Geldig vanaf 2008-07-03
Artikel 13
Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013
1. Op grond van de gegevens, bedoeld in artikel 4b.2.3, eerste lid, onder e, van het Uitvoeringsbesluit WEBen artikel 5, eerste lid, onder b, van het Besluit gebruik persoonsgebonden nummers WVO, vergelijkt de Minister het aantal leerlingen van projecten die zijn gestart met ingang van 1 augustus 2008 respectievelijk 1 augustus 2009 dat op 1 oktober van elk jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidiëring betrekking heeft aan het project als daadwerkelijk schoolgaand staat ingeschreven met het aantal leerlingen waarvoor de subsidie op grond van artikel 8, tweede lid onder b, is verstrekt.
2. Indien het aantal leerlingen dat als daadwerkelijk schoolgaand aan het project staat ingeschreven, lager is dan het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b, wordt dit aantal leerlingen verlaagd en de hoogte van het bedrag van de subsidieverstrekking aan dit aantal leerlingen aangepast.
3. Indien ten aanzien van een aanvrager, bedoeld in artikel 4, op grond van artikel 8meer dan één project op dezelfde locatie wordt toegewezen, wordt het tweede lid niet toegepast ten aanzien van de leerlingen die gedurende de looptijd van het project overstappen naar een ander project van deze aanvrager op deze locatie. De aanvrager draagt er zorg voor dat door toepassing van de eerste volzin het totale aantal leerlingen dat aan beide projecten deelneemt, het aantal leerlingen dat in de beschikkingen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b, voor deze projecten is vermeld, niet overschrijdt.
2. Indien het aantal leerlingen dat als daadwerkelijk schoolgaand aan het project staat ingeschreven, lager is dan het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b, wordt dit aantal leerlingen verlaagd en de hoogte van het bedrag van de subsidieverstrekking aan dit aantal leerlingen aangepast.
3. Indien ten aanzien van een aanvrager, bedoeld in artikel 4, op grond van artikel 8meer dan één project op dezelfde locatie wordt toegewezen, wordt het tweede lid niet toegepast ten aanzien van de leerlingen die gedurende de looptijd van het project overstappen naar een ander project van deze aanvrager op deze locatie. De aanvrager draagt er zorg voor dat door toepassing van de eerste volzin het totale aantal leerlingen dat aan beide projecten deelneemt, het aantal leerlingen dat in de beschikkingen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b, voor deze projecten is vermeld, niet overschrijdt.