BWBR0023902
Geldig vanaf 2008-06-01
Artikel 28
Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg
1. Indien het vaststellen van de identiteit van een cliënt door een zorgaanbieder overeenkomstig het bij of krachtens de artikelen 5, 6en 17 van de wetbepaalde onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost, gebruikt de zorgaanbieder in afwijking van de artikelen 4, 8en 9 van de wetgeen burgerservicenummer.
2. In de gevallen, bedoeld het eerste lid:
a. neemt de zorgaanbieder in ieder geval de volgende gegevens van de cliënt in zijn administratie op: 1°. geslachtsnaam;
2°. voornamen;
3°. geboortedatum;
4°. postcode van het woonadres;
5°. huisnummer van het woonadres en
1°. geslachtsnaam;
2°. voornamen;
3°. geboortedatum;
4°. postcode van het woonadres;
5°. huisnummer van het woonadres en
b. vermeldt de zorgaanbieder de gegevens, bedoeld in onderdeel a, bij het verstrekken van persoonsgegevens met betrekking tot de verlening van, indicatiestelling voor of verzekering van zorg aan een zorgaanbieder, een indicatieorgaan of een zorgverzekeraar.
2. In de gevallen, bedoeld het eerste lid:
a. neemt de zorgaanbieder in ieder geval de volgende gegevens van de cliënt in zijn administratie op: 1°. geslachtsnaam;
2°. voornamen;
3°. geboortedatum;
4°. postcode van het woonadres;
5°. huisnummer van het woonadres en
1°. geslachtsnaam;
2°. voornamen;
3°. geboortedatum;
4°. postcode van het woonadres;
5°. huisnummer van het woonadres en
b. vermeldt de zorgaanbieder de gegevens, bedoeld in onderdeel a, bij het verstrekken van persoonsgegevens met betrekking tot de verlening van, indicatiestelling voor of verzekering van zorg aan een zorgaanbieder, een indicatieorgaan of een zorgverzekeraar.