BWBR0023856
Geldig vanaf 2008-05-18
Artikel 3
Instellingsbesluit Audit Committee Economische Zaken 2008
Het Audit Committee Economische Zaken heeft tot taak:
a. het uiterlijk op 1 juli van elk kalenderjaar vaststellen van het jaarlijkse door de Auditdienst op te stellen auditplan en het in de loop van het jaar vaststellen van voorgestelde wijzigingen in het auditplan;
b. het bespreken van de door de Auditdienst en de directie Financieel-Economische Zaken conform artikel 4 uit te brengen rapportages van de stand van zaken met betrekking tot het auditplan alsmede de belangrijkste bevindingen van de Auditdienst en de directie Financieel-Economische Zaken ten aanzien van beleids- en bedrijfsvoeringsprocessen van het Ministerie van Economische Zaken;
c. het monitoren van de stand van zaken van de bedrijfsvoering aan de hand van de rapportages van de Auditdienst en de directie Financieel-Economische Zaken;
d. het vaststellen van de door de dienstonderdelen van het Ministerie van Economische Zaken uit te voeren acties die voortvloeien uit de rapportages van de Auditdienst, de directie Financieel-Economische Zaken, de Algemene Rekenkamer en het Ministerie van Financiën;
e. het nemen van besluiten ten aanzien van de in de onderdelen a tot en met d opgenomen onderwerpen, alsmede ten aanzien van overige onderwerpen die naar zijn oordeel relevant zijn;
f. het bewaken van de follow-up van zijn besluiten aan de hand van de terugkoppeling door de directie Financieel-Economische Zaken, bedoeld in artikel 4, vierde lid;
g. het volgen van de interdepartementale ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsvoering met het oog op eventuele gevolgen voor het Ministerie van Economische Zaken.
a. het uiterlijk op 1 juli van elk kalenderjaar vaststellen van het jaarlijkse door de Auditdienst op te stellen auditplan en het in de loop van het jaar vaststellen van voorgestelde wijzigingen in het auditplan;
b. het bespreken van de door de Auditdienst en de directie Financieel-Economische Zaken conform artikel 4 uit te brengen rapportages van de stand van zaken met betrekking tot het auditplan alsmede de belangrijkste bevindingen van de Auditdienst en de directie Financieel-Economische Zaken ten aanzien van beleids- en bedrijfsvoeringsprocessen van het Ministerie van Economische Zaken;
c. het monitoren van de stand van zaken van de bedrijfsvoering aan de hand van de rapportages van de Auditdienst en de directie Financieel-Economische Zaken;
d. het vaststellen van de door de dienstonderdelen van het Ministerie van Economische Zaken uit te voeren acties die voortvloeien uit de rapportages van de Auditdienst, de directie Financieel-Economische Zaken, de Algemene Rekenkamer en het Ministerie van Financiën;
e. het nemen van besluiten ten aanzien van de in de onderdelen a tot en met d opgenomen onderwerpen, alsmede ten aanzien van overige onderwerpen die naar zijn oordeel relevant zijn;
f. het bewaken van de follow-up van zijn besluiten aan de hand van de terugkoppeling door de directie Financieel-Economische Zaken, bedoeld in artikel 4, vierde lid;
g. het volgen van de interdepartementale ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsvoering met het oog op eventuele gevolgen voor het Ministerie van Economische Zaken.