BWBR0023846
Geldig vanaf 2008-05-18
Artikel 7
Tijdelijke subsidieregeling ondersteuning capaciteitsuitbreiding kinderopvang
1. Na het verlenen van de subsidie aan de rechtspersoon, bedoeld in artikel 2, wordt door de adviseurs, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, onder 1, vóór 11 augustus 2008 een projectplan en bijbehorende begroting opgesteld voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor de periode tot en met 31 december 2010. Het projectplan wordt door de subsidieontvanger ingediend bij de Minister. De Minister beslist vóór 1 september 2008 over het projectplan en de bijbehorende begroting.
2. In het projectplan, bedoeld in het eerste lid, wordt het volgende beschreven:
a. de aard, de omvang en de wijze van uitvoering van de activiteiten voor de looptijd van het project, waarbij wordt aangegeven welke doelstelling, resultaten en producten worden nagestreefd en op welke wijze deze worden uitgevoerd, en
b. de aard, de omvang en de wijze van uitvoering van de voorgenomen activiteiten voor het kalenderjaar 2008.
3. De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van het project. In de begroting zijn zowel de kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, als de kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, opgenomen. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting.
4. De subsidieontvanger dient uiterlijk 1 oktober 2008 en uiterlijk 1 oktober 2009 bij de Minister een uitgewerkt projectplan en bijbehorende begroting in voor het komende kalenderjaar. Het projectplan betreft zowel de uitvoering van de doelstelling, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, als de uitvoering van de facilitaire ondersteuning, bedoeld in artikel 2, onderdeel b.
5. De Minister deelt vóór 15 november 2008 en vóór 15 november 2009 de subsidieontvanger mede of hij het ingediende projectplan en bijbehorende begroting goedkeurt.
2. In het projectplan, bedoeld in het eerste lid, wordt het volgende beschreven:
a. de aard, de omvang en de wijze van uitvoering van de activiteiten voor de looptijd van het project, waarbij wordt aangegeven welke doelstelling, resultaten en producten worden nagestreefd en op welke wijze deze worden uitgevoerd, en
b. de aard, de omvang en de wijze van uitvoering van de voorgenomen activiteiten voor het kalenderjaar 2008.
3. De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van het project. In de begroting zijn zowel de kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, als de kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, opgenomen. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting.
4. De subsidieontvanger dient uiterlijk 1 oktober 2008 en uiterlijk 1 oktober 2009 bij de Minister een uitgewerkt projectplan en bijbehorende begroting in voor het komende kalenderjaar. Het projectplan betreft zowel de uitvoering van de doelstelling, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, als de uitvoering van de facilitaire ondersteuning, bedoeld in artikel 2, onderdeel b.
5. De Minister deelt vóór 15 november 2008 en vóór 15 november 2009 de subsidieontvanger mede of hij het ingediende projectplan en bijbehorende begroting goedkeurt.