BWBR0023846
Geldig vanaf 2008-05-18
Artikel 15
Tijdelijke subsidieregeling ondersteuning capaciteitsuitbreiding kinderopvang
1. De subsidieontvanger is verplicht een administratie te voeren die voldoet aan de volgende eisen:
a. de inrichting van de administratie sluit aan bij het goedgekeurde voorstel en bijbehorende begroting, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en de goedgekeurde projectplannen en bijbehorende begrotingen, bedoeld in artikel 7, eerste en vierde lid; zij bevat informatie die nodig is voor een juist inzicht in de realisatie van de subsidiabele activiteiten en voor een juiste subsidieverstrekking;
b. de administratie is zodanig ingericht dat de juistheid en volledigheid van de financiële gegevens er op eenvoudige wijze uit kunnen worden opgemaakt. Dit houdt in:
1°. dat alle ontvangsten en uitgaven onmiddellijk in de administratie worden vastgelegd met onderliggende stukken; van ontvangsten en uitgaven zonder bewijsstukken wordt een afzonderlijke administratie ingericht;
2°. dat bewijsstukken aanwezig zijn ten name van de gesubsidieerde waaruit de aard van de geleverde goederen en diensten duidelijk blijkt.
2. De administratie en de daarbij behorende bewijsstukken worden gedurende ten minste zeven jaar bewaard.
a. de inrichting van de administratie sluit aan bij het goedgekeurde voorstel en bijbehorende begroting, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en de goedgekeurde projectplannen en bijbehorende begrotingen, bedoeld in artikel 7, eerste en vierde lid; zij bevat informatie die nodig is voor een juist inzicht in de realisatie van de subsidiabele activiteiten en voor een juiste subsidieverstrekking;
b. de administratie is zodanig ingericht dat de juistheid en volledigheid van de financiële gegevens er op eenvoudige wijze uit kunnen worden opgemaakt. Dit houdt in:
1°. dat alle ontvangsten en uitgaven onmiddellijk in de administratie worden vastgelegd met onderliggende stukken; van ontvangsten en uitgaven zonder bewijsstukken wordt een afzonderlijke administratie ingericht;
2°. dat bewijsstukken aanwezig zijn ten name van de gesubsidieerde waaruit de aard van de geleverde goederen en diensten duidelijk blijkt.
2. De administratie en de daarbij behorende bewijsstukken worden gedurende ten minste zeven jaar bewaard.